144
Hij zat aan haar voeten, terwijl ze rustte in z’n causeuse... Ze mocht niet heengaan. .. Even nog blijven .... Zacht
streelde hij haar... Ze vond ’m nu aardiger dan straks----
Zoo mocht z’m wel.... Die blanke tanden .... De diamanten ring.... De rustige stilte van de kamer.... Die mooie
weelderigheid .... die knappe jongen met z’n warm talent____
Toch dacht ze, terwijl hij haar vol passie in z’n armen nam, aan Nancy .... aan de kleifiguur in ’t atelier .... ’t.... verteerde .... ouwe ... wijf... Het einde.
Ze stapte alleen voort. Huiverig dacht ze aan Frans... Zou-ie thuis zijn? .... Lag-ie al te bed? .... Cristi! . . . Zoo schrikkelijk laat! .... Wat zou-ie zeggen? .... Ze had niet veel verdiend vanavond. Wat zou-ie zeggen? . . .
Hol klonken haar voetstappen in de verlaten straten. Hier en daar hengelde, op den hoek van ’n stoep, de vorm van ’n vrouw, sombere silhouet van ellende.
Ze had berouw over ’t bezoek bij Gonne. Dreef Frans
haar zelf niet tot die dwaasheden ? Ze had zich nu gewroken____
Ze hing niet alleen van hèm af... . Andere mannen wouen d’r dus óók wel! ... Als Frans maar van haar hield.... Als ie maar niet zoo ....
*
* *
De kleine gebeurtenissen der laatste maanden leefden op, onwillekeurig .... Die eerste weken van ’n woeste passie, zonder liefde, sensualiteit van twee zinnelijke naturen. Toen de reactie, scherp, vlijmend. Vreemde reactie. Frans was thuisgekomen .... Wanneer? .... Den tienden, den elfden avond, ’t Gelaat verwrongen, ’n harden zenuwtrek om z’n
mond. „Frans, wat? .... wat? . .. „Niks!.... Niks! ”
Als ’n bonk inert vleesch was-ie neergevallen, vuisten ballend, striemend de nagels in z’n huid, longen hijgend als ’n moe beest. Wat ? . ... Wat? .. . Hij had gevloekt, geraasd, zonder reden te noemen, eindigend met ’n woeste, hartstochtelijke