13B
.... „Armand ! . . .”
„Oh pardon ! . . . . Nancy, dat is Trinette, ’n kennisje van me. .. Wel, wel, bij Cabri! Hoe kom je daar?”
Trinette lacht om z’n verbazing, verkneukelt zich om de jaloezie van de dame .... Of-ie zich nog herinnert dien avond op de kermis ? .. . . Ohé! Hij denkt ’r dikwijls an. . . . Hij is blij haar weer te zien .... praat met z’n gewone radheid, terwijl hij de homp kaas telkens in den mosterdpot duwt.
.... „Armand !____”
„Laat me toch even met rust, Nancy !”
De dame wordt bleek. Armand Gonne kan grof zijn. „Lala.... Lalalarida!....”
„Stil toch, La!”
„Kom je me ’s opzoeken ?” vraagt Gonne „Je weet
’t adres .... Rue de Trèves . . . .”
„Wie is dat?” fluistert Trinette, op Nancy wijzend.
.... „Die? ... ’n Vervelend schaap ! . . .. Ze hangt me de keel uit.... Zeg, kom ’s bij me poseeren, wil je?” „Dank je !. .."
„Je hebt overdag toch vrij?”
„Ja... . maar ’k ben nog met m’n neef.”
„Wat zijn jullie vrouwen toch hokvast,” lacht hij.
.... „Armand!. ..”
„Ja, Nancy, ja! . . . Wil je me atelier zien?”
„Wanneer!”
„Nou!”...
,,’k Heb geen tijd.”
„’t Is zoo ver niet.... Ik zal je thuisbrengen.”
„En Nancy?”
„Die zal ’k wel kwijtraken.”
„Goed,” zegt ze.
Ze vindt ’t een grappig idee. Ze wil Frans eens toonen, dat ze wel later thuis durft komen. Ze is nieuwsgierig de werkplaats te zien en dan ’t nijdig gezicht van die opgedirkte Nancy! „Lala . . . Lala .. . Lala ?” . . .
„Ga je mee Trinette?”