137
Victorine draait ’t licht uit. Door de donkere gang komen ze in ’t schemerdonker van de zaal. Frans is er niet. Hangend over ’t buffet wacht La.
„Kom je haast? .... Lalala! .... Lalarida! ....", zegt hij vuurrood, waggelend op z’n beenen.
„Hij heeft ’m weer staan,” fluistert Trinette.
Cabi leunt bij de deur. Hij vaart tegen de kleine chanteuse uit zal haar ’n boete af houen!. . . Ze had niet
te lachen tegen dien gommeux, terwijl ze met ’n ander zat! . . . Als ze ’m verveelt kan ze ophoepelen! . .. De anderen drinken véél meer.... Ze is hier niet voor d’r plei-zier.... Margo heeft wel vier flesschen champagne losgekregen .... An eiken vinger ’n dozijn, zooals zij!... . Of ze dat wil noteeren .... Of ze dat wil noteeren! .. . Sacré nom!
Trinette laat ’m uitrazen. Ze is an die standjes gewend.
.... „Bougre!”
In de Rue des Bouchers is ’t niet meer zoo levendig. Martin heeft honger, trekt de twee vrouwen mee naar Togni, ’n winkel van vleeschwaren en conserves. Reusachtige Schweizerkazen opgestapeld in ’n hoek. De wanden beladen met bussen, rond, vierkant. In de uitstalling wemelt ’t van sardines, worsten, kaas, vruchten. Op de heldere toonbank opengemaakte, kolossale blikken sardines, potten met zuur, aangesneden worsten, mandjes met brood, ’n Bleeke jongen bedient. Met ’n vork presenteert hij sardines en augurken en ze eten, likken zich de olie van de vingers. ’t Smaakt Trinette neemt ’r nog een. Ze babbelt druk met La, die met z’n rood-bol gezicht de leelijkste grimassen tegen den grijnzenden, bleeken jongen maakt.
Er komen andere liefhebbers.
Trinette kijkt verrast. Gonne is er óók met ’n dame aan z’n arm. Hij herkent haar dadelijk... Ze schijnen elkander dan altijd toevallig te moeten ontmoeten !,. . Waar ze uithangt ?.... Bij Cabri ? . ... Qa, c’est épatant! .... Bij Cabri ?----
Hij is zóo verwonderd, dat hij heelemaal z’n dame vergeet.