*33
La, habitué, hangelt in ’t buffet. Victorine en Trinette zijn achter.
„Cabri, un verre!. ...”
Cabri neemt 't aan, klaagt zijn nood .... Ces rustres!.... La luistert toe, knikkend. Z’n gezicht is rood geworden. Z’n tong begint te lallen.
In ’n kleine kleekamer met ’n tropische hitte, zit Trinette voor ’t spiegeltje. Victorine staat bij de half geopende deur. Een andere vrouw, lenig van lichaam, hoog blond, ont-schminkt zich met ’n stuk dampend vet. De wanden van ’t lage vertrekje zijn grijs behangen, bijna onzichtbaar door de vele vieze prentjes, de ontelbare opschriften, de uitgerafelde gaten.
„Hoe maakt Louis % Margo?” vraagt Victorine.
„Louis?.... Welke Louis?”
„Waar je veertien daag gelejen mee was in ’tBois....”
Margo geeuwt. Of Victorine denkt dat ze ’t zóó lang met ’n petit sabreur uithoudt!.... Bah! . . .. Ze heeft geen geduld.... Ze vervelen haar allemaal na ’n paar dagen.
„Jij nog altijd met La?” spottend kijkt ze de ander an, lacht, dat ’t mooie gebit als pareltjes schittert.
„Trinette wat treuzel je!. .. Ik ben al klaar.... Wil ’k wachten!”
„Nee .... ’k ga met Victorine ... .”
„Ben je uit je humeur, dat je zoo stil bent? ...”
„Nee.... hoofdpijn .... Dank je !. .. Geen eau de cologne ____*
Margo neemt haar taschje op.
„Au revoir mes enfants!.... Je ziet ’r uit als ’n lijk. Victorine .... Je mag wel oppassen .... Dag, kinderen ”
Lachend verdwijnt ze.
Eén oogenblik zwijgen de vriendinnen. De gaspit piept, ’n borrelend, sissend geluidje. Trinette zit, de bloote armen langs ’t roode onderlijfje, de handen slap in den schoot.
.... „Wacht.... wacht Frans beneden?”