H7
„Ze hangen je de keel uit Vervelende idioten!
Mama wascht zich met wijwater.... Papa heeft ’t spit van
de paternosters .... De dochter ziet groen van ’t biechten____
De meid heeft hallucinaties.... Daar! .... Vanmorgen wou monsieur Alfred me ’n sermoen houen .... ’k Heb de punt van m’n laars in z’n posteriores gedeponeerd! . ... Zeg willen jullie nog wat drinken ? ... . Aannemertje!. .. . Aannemertje! .... Vraag ’s wat ze gebruiken zullen!” ....
Trinette protesteerde.... Ze was er niet an gewend____
Toch eindigde ze met ’n derde glaasje advocaat, werd opbruisend vroolijk. Bij Victorine had de chartreuse ’n andere uitwerking, sentimenteel, droefgeestig.... Of ’t leven van kelnerin haar beviel?.... Bevallen? Was men voor z’n pleizier op de wereld ? . . .. Dikwijls dacht ze an Rochefort.... Cohu was d’r eenige lief geweest.... Om La gaf ze niet zóóveel! .... Ze had ’t ’m dikwijls gezegd .... Maar ze was
bang voor ’m .... Dat wist-ie ’t Was ’n brutale rakker,
liet zich nooit afschrikken. Als ze ander bezoek had, bleef-ie net zoolang op de deur trommelen tot ze opendee, zocht ruzie met de bezoekers.... Hij had zich an d’r opgedrongen, maakte haar geld op en ze liet ’t toe, lusteloos, waarom wist ze zelf niet. Ze vond z’n brutaliteit soms wel aardig, had ook ’n beetje meelijden met z’n verbrast fortuin en .... en somme . .. . ’t was ’n goeje jongen .... „Je mot ’t leven léven, zoolang je jong
bent.... Je mot an de rol gaan, zóó, da-je niet nadenkt____
Da’s ’t beste.... Anders tob je maar over allemaal lamme dingen!.... Da’s mijn raad .... Ik heb al zoo’n boel meegemaakt. ” ...
Gezellig babbelden ze. Of Trinette haar eens kwam opzoeken ? Zeker!... zeker! ... En beneveld, halfdronken inviteerde de ander Monsieur La en Victorine om bij haar te komen, als ze met Frans samenwoonde. Lachend stiet de athleet aan. Men klonk, men zou elkander veel zien.
Langzaam tikte de klok boven ’t buffet zes slagen, ’t Gaf Trinette ’n angstschok. Men brak op, scheidde onder kussen en handdrukken en ze wandelde voort aan den arm