IOI
Frans heeft denzelfden kunstgreep toegepast, maar de ander heeft zich op den buik gewenteld, bliksemsnel.
De twee mannen rollen op den grond, de koppen in ’n heete beroering.
’t Zand plakt op de bezweete lichamen, op de nekken.
De borsten hijgen, reutelen.
Telkens en telkens lijkt ’t of de twee magere schouders den grond raken en telkens heeft de lenige knaap zich omgekeerd.
Op z’n knieën steunend omvat Frans nog eens ’t middel van den soldaat.
Zijn aderen zwellen op, zijn neusvleugels trillen.
Hoog heft hij hem op, smakt hem neer. De ander ploft als ’n zak, maar gelijk verliest Fratelli ’t evenwicht, glijdt uit.
Met den sprong van ’n kat vliegt ’t tengere ventje op
hem toe de schouders toucheeren ’t zand, éen enkele
seconde.
Een uitdrukking van hartstochtelijke woede en ontzetting vlamt ’n ’t oog van den gevallen worstelaar.
Donderend gejuich barst los.
Het onmeedoogend publiek schimpt luid op den reus.
„Vive T armée!”
„Vivent les guides!”
Tierende stemmen joelen door elkander.
Sommigen trekken partij voor Fratelli, honderden kelen overstemmen hen. „II a touché!.... II n’a pas touché! ”
„Godverdoom il a touché! ....”
„Espèce d’idiot!... .”
„Merde!
Een nijdige opwinding over al de gezichten.
Met ’n blik van doffe woestheid, ’t oog van ?n wild beest kijkt Frans rond. De kleine soldaat veegt ’t zand van de huid, ademt zwaar, half gewurgd, begrijpt zelf z’n overwinning niet.
Verbluft komt Bonnat binnenstormen.
Hij gelooft het niet.