zelf de „Stoffe und Zutaten" met dezelfde clausule op den „Arbeitszettel” aan de tusschenpersonen meegaf, twijfelde-ie 'r geen seconde aan, dat ze hem op zijn beurt met „Schmu” bestalen, en dat z'n opvolgers zijn taak om op de loonen te piengelen, hadden overgenomen. Interesseerde m niet meer! Bij de berekening der verkoopsprijzen werd 't beetje Schmu, dat hoogstens tien procent bedroeg, in aanmerking genomen. 't Behoorde tot de onkosten der zaak. 't Voorkwam 't oprichten van fabrieken, 't Hield de arbeidsters van mekaar vervreemd, 't Belette organisatie. Nee, 'r ging niets boven huisarbeid. De huisindustrie had de „Berliner Damenmantelkonfektion” en de „Kostümkonfek-tion” wereldbekend gemaakt, had 'r 't „fabrikmassige” aan ontnomen, omdat iedere Zwischenmeister weer anders werkte en elke arbeidster 'n tikje eigen smaak kon toonen. Bouwde je n fabriek, dan leek alles op mekaar, stookten ze mekander op, en had je ’t gesappel met de sociaal-demokraten, die nu machteloos waren! Opwinden kon Felix Krüger van de firma Krüger & Cahn — Cahn was een jaar firmant geweest en plotseling gestorven: de weduwe was nu compagnon — opwinden kon-ie zich als-ie met zn vakbeschouwingen aan de sociaaldemokratie toe was. Die haatte-ie. Die was voor hem de kanker van den tijd. Die dreef 'm 't bloed naar 't hoofd — die dee 'm paars worden, als-ie 'r gewroet om 't vak te bederven, met hartstocht besprak. Die liet ’m met de vuist op de pokertafel slaan, als ze ’m met sarrend opzet op 't hatelijk chapiter brachten. Zou de heele Konfektie-industrie niet naar de weerlicht gaan, als de Zwischenmeister uitgeschakeld en de arbeidsters in fabriekslokalen zaten? Zouen de fabrieken niet net zoo goed tweemaal in 't jaar, in ’t voor- en in 't najaar, stop moeten worden gezet? Hadden de vrouwen nu geen gelegenheid tegelijkertijd fn oog op dr kinderen te houden en 't potje voor d’r man te koken? Was de konfektie geen prachtige bijverdienste voor tienduizenden? Was ’t niet schitterend, dat je alleen in Berlijn honderd-duizend menschen had, die voor de konfektie werkten en dat zonder vervloekt fabriekssysteem? Maar 't was de ellendelingen, de opruiers en gewetenloozen om de macht te doen. Maling hadden ze 'r an, of ze ontelbare huisgezinnen ongelukkig maakten! De macht! De macht!... Met purper-zwellende aren en ’n vuurrooden, zich in 't mondaine boord ongemakkelijk-bewegenden spek-nek, argumenteerde, bulderde, betoogde-ie tégen de pokervrienden, die net zoo min van 't rooie spook gediend waren, maar die 'r onbetaalbaar schik in
80