den ze geen van twee in mekanders soliditeit, hoezeer ze n enkelen keer, met voorzorgen en overleg, samen ’n beurszaakje opknapten. Voor die laatste transacties had Felix Krüger ’n bijzonderen flair. Bij al wat-ie anraakte liep ’t fortuin ’m na. Z’n groote troef was ’n ontzettende fabrieksramp geweest, waarbij dozijnen arbeiders ’t leven hadden gelaten, en waarbij-ie zóó toen ’r verbloemende telegrammen afkwamen a la baisse had ge-spekuleerd. Ook Semmy Lubinsky had ’r, zij ’t helaas in aanzien-lijk-mindere mate, van gesnoept. Alleen ’nzoo uitgeslapenkerelals Felix Krüger, die ’t letterlijk geroken had, dat ’t bedrijf stop zou worden gezet, profiteerde ’r met kapitalen van. En trouwens, hoe had-ie zich als „Zwischenmeister” van ’n „Damenmantel-konfektion” opgewerkt! Tegen de groote, ouwere, lang-gevestigde zaken in ’t vak, begon-ie al aardig te concurreeren. In z’n jeugd, vóór de Grosskonfektion in Berlijn ’r groote vlucht nam, was-ie kleermakersleerling bij z’n vader geweest — van at ’t oogenblik dat-ie voor ’n exportzaak „Zwischenmeister”, werd, verdiende-ie aan den eenen kant door de „Schmu” en aan den anderen door ’t uitbuiten der huisgezinnen, portiersvrouwen, vrouwen van brievenbestellers, confectioneusen enz., die voor hem werkten.
„Schmu” was de usance, om den patroon te bestelen. Je kreeg voor ’t vervaardigen van 50 Paletots zóóveel stof, zóóveel voering, zóóveel linnen, zóóveel groote en zóóveel kleine knoopen, zóóveel franje, moiré, atlaszijde en soustache mee, en je moest dan verschillende taillewijdten „mustergetreu” opleveren — en dat dee je, maar de Paletots, die je door handig knippen overhield — en dat waren *r dikwijls twee tot drie — bleven iedere week je privé eigendom, dat je gretig aan Detailleurs kwijt raakte. Elke „Damenmantelkonfektion” wist dat de clausule op den „Arbeitszettel”: „Stoffe und Zutaten verbleiben Eigentum des Arbeitgebers” praktisch niet te controleeren was, dat door eiken Zwischenmeister aan „Schmu’’ werd verdiend. Schmu was de winst van den Zwischenmeister, en als-ie geen Schmu maakte door te onhandig knippen, drukte-ie de loonen der huisarbeid-sters. Die waren aan hém overgeleverd. Die konden moeilijk betere betaling eischen, omdat ze door heel Berlijn verspreid woonden, en Berlijn altijd weer vrouwen bij massa’s voor de huisindustrie opleverde. Felix Krüger kende die toestanden van haver tot klaver. Nu-ie zelf „Inhaber” van een „Kostüm-konfek-tion” was geworden, zelf door Zwischenmeister „französische Kleider, Blusen, Matinees, Morgenröcke en Jupons” liet maken,
79