keerde adres. Ze wond ’r zich bij op. Liet de laster dan niemand fnet rust? De Ginzels waren de fatsoenlijkste, netste en werkzaamste menschen, die ze kende. En ze kende ze goed. De vrouw had ’r weken lang tijdens ’n ziekte, met de liefste opoffering verpleegd — de man zat tot ’s nachts drie, vier uur op, om den kost voor z’n huishouden te verdienen — dat kon meneer Poldi Röse, die de vrouw eens tegen den morgen bij had gestaan, toen ze onder 't werk flauw was gevallen, getuigen... Jawel, jawel, knikte dir Kriminalbeambte, daar had-ie niets tegen in te brengen, maar in den laatsten tijd dee de barbier, die sinds eenige weken in ’t oog werd gehouden — waarom mocht-ie voorloopig niet zeggen — uitgaven, die de aandacht trokken. Of de juffrouw zich geen datum herinnerde, dat Ginzel anders dan gewoonlijk had gedaan, opgewonden thuis was gekomen, of teekenen van buitengewone onrust had gegeven? Wanneer ze zoo welwillend zou willen zijn, om zich wat in te spannen, en klare, duidelijke antwoorden te geven, zou ze ’r toe meewerken, om ’n eind aan de praatjes, die ze terecht laster noemde, te maken. Even keek Duczika met gespannen pupillen in de lamp — nou-ie ’r dat vroeg, flitste ’t vreemde van de manicuredoos en z’n klein gejok in ’r op — ook de krankzinnige haast, waarmee-ie de trap op was gestormd, toen ze den rampzaligen Zaterdag door ’t kijkgat van de deur had geloerd — en z’n gehijg bij ’t bukken over de leuning van ’t trappenhuis — ’t woelde met ’n beklemmend wantrouwen in ’r op, maar ze had zich liever de tong afgebeten dan ’r ’n woord over te kikken, ’t Ging den beambte met z’n hatelijke vriendelijkheid niet aan. 'r Vriendin in ongelegenheid brengen, dee ze onder geen omstandigheden. Integendeel. Driftig en gretig verdedigde ze de Ginzels. Als-ie in den laatsten tijd uitgaven dee, mocht-ie dat doen. Grete had 'r zelf in vertrouwen verteld — maar nou de menschen ’r wat achter zochten, durfde zij rustig uit de school klappen! — dat ’r klanten waren, ’n paar rijke klanten, die ’m hielpen om ’n zaakje in ’t Bayrischer Viertel, in te richten... Tot ’n bedrag van duizend Mark mocht-ie voor z’n installatie spendeeren... De kennisgeving, die naar de drukkerij gezonden moest worden, had ze met ’r eigen oogen gezien. Wat ’r dus van ’t gebabbel en gekonkel overbleef?
„Ja, als ’n paar rijke klanten ’m bijstaan, is alles opgehelderd, en dank ik u wel”, knikte de beambte, zich nog eens excuseerend, dat-ie ze zoo laat gestoord had. Poldi liet ’m uit — Laurie was zoo beminnelijk geweest den ongelukssleutel voor ’n week te retour-
305