Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



je wou, wat je niet: opgaf... ’r Zou en Tr moest ’n oogenblik komen, dat ze niets meer geheim hield, dat ze 'r jammerlijk idéé fixe liet glippen...

Toen ze ’m koffie bracht, zat-ie zoo kalm en gemoedelijk aan de tafel, of ze over niets gepraat hadden, of 'r geen angststem-ming in de kamer geweest was. Ze ordende de dingskes van de naaimachine, bleef bedrijvig, bewoog zonder de indolentie, zonder de lam-geslagen gebaren van de laatste weken. Ze zou ergens Tn kamer huren, onverschillig waar, 't liefst 'n leege en die zelf met de prullen van hier meubüleeren. Je had maar te kiezen uit de duizende advertenties. En nou ze zich gelukkig zoo héél anders voelde als gedurende 'r ziekte, nam ze weer werk aan voor 'n confectiefabriek — voor die van Krüger & Cahn naaide ze geen steek meer, niet als ze 'r met goud betaalden...

Heen en weer kuierend, dee-ie nog 'n 'm stil-makende ontdekking. In den bak van 't buffet, ’n blaadje papier voor ’n notitie zoekend, kreeg-ie ’t lommerdbriefje op Grete Ginzel’s naam staande, in handen, las de woorden: „...P f andschein ü b e r 45. Mark. Emp fangen von Ginzel für ein Darlehen auf sechs Monate im Betrage von 45.— Mark u n d 45 Pfennig monatliche Zinsen als U nterpfand ein g o 1 d e n. e r Ring...” — en vroeg niets, omdat Duczi 'm aankeek en weer net zoo glimlachte als toen ze onder de lamp stond. Op ’t nachtkastje had-ie ’m zien liggen, later niet meer...

Kort voor tienen, terwijl ze ieder voor zich bezig waren -— hij met 'n studieboek, zij met verstelwerk, was 'r 'n kort moment van verschrikking, 'r Werd gebeld. Poldi, die de deur opende, hakkelde als 'n schooljongen, dacht met 'n gevoel of z’n hart stilstond, dat de Kriminalbeambte met de een of andere boodschap voor Duczi kwam, toen-ie z’n penning vertoonde om zich te legitimeeren. De correcte beleefdheid van den man, die zich met den hoed in de hand verontschuldigde over z'n zoo laat bezoek, stelde èn hem én Duczi gerust. Of de juffrouw zoo vriendelijk wou wezen ’m fn paar inlichtingen over fr buurman Ginzel, als ze 'm tenminste kende, en als ze ’r geen bezwaar tegen had, te geven. fr Waren, zei-ie, in ’n zaak, waarover-ie zich niet in bijzonderheden mocht uitlaten, brieven aan de politie geschreven en persoonlijke mededeelingen gedaan, die ’t noodzakelijk maakten informaties over den barbier in te winnen. Met z'n achterdochtige vragen, was-ie juist bij Duczika aan 't ver

304

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.