Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



stilte, in 'n dorp of in 'n sanatorium op verhaal te laten komen — en eerder gebeurde 'r n wonder dan da t-ie daarvoor kans zag.

's Middags, na kerktijd, dee-ie inkoopen van 't geld, dat voor *t gaan naar buiten had moeten dienen, en waarvoor-ie z’n horloge voor de zooveelste maal, net als den dag vóór de eerste kennismaking „hebreeuwsch” had laten leeren. Van 'n vogelhandelaar bracht-ie n kanarie in ’n papieren kooitje mee, en toen ze, ’m verrast door 't montere „Piet!” op de plek, die zoo lang zonder geluid was gebleven, opgewekter dan gewoonlijk dankte, excu-seerde-ie zich zoo verlegen, dat-ie ’r niet wou foppen, dat-ie geen geld genoeg had gehad, om 'n zingend mannetje in te slaan, dat 't tot z'n spijt maar 'n wijfje was — dat ze 'r met tranen in de oogen om lachte.

„Zie je wel”, zei-ie opgelucht — in geen weken was ze psychisch zoo vooruit gegaan —: „dat je lachen kan als je wil!...” Daar had-ie dadelijk berouw van. Ze keek ’m verschrikt aan, draaide zich af naar ’t raam, werd opnieuw te lusteloos, om 'm op iets te antwoorden. Dien avond, 'n warm-zomersche Sep-temberavond, waren ze bijna alleen in 't huis. ’r Klonk geen stem op de binnenplaats — alles was uit. De Ginzels hadden de kinderen al om vijf uur in bed gelegd, zouen 'n Kientop bezoeken, bij de Italianen stond de woning te huur, de rechter benedenburen waren uit de stad, en de portier zat in de „Stehbierhalle” op den hoek, waar-ie zich aan ’t buitenkansje van gister geklopte kleeden tegoed deed.

In ’t geschemer van de kamer had Poldi ’r uit 'n boek voorgelezen. Omdat ze niet luisterde, leunde-ie op 't kozijn. In 't brok hemel tusschen de daken, schoot ’t zwierig gestippel van spelende zwaluwen. Toen begon-ie:

„Willen we 'n straatje omgaan?”

„Nee”, weigerde ze zacht.

„Waarom niet?”

„Omdat ’t geloop van de menschen me zoo moe maakt...” „Daar moet u toch weer aan wennen...”

„Ja, dat moet ’k...”

„Willen we dan?... Toe!...”

„Njee”, herhaalde ze, in fr stoel terugleunend: „morgen, overmorgen...”

„Morgen, overmorgen”, zette-ie voorzichtig in — je moest fr op de werkelijkheid, op 't beestachtige der dingen, die 'r ontglipt schenen te zijn, voorbereiden —: „kan u hier waarschijnlijk niet

297

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.