lagen. Ook de Ansichtkaarten en de uitzonderingsbrieven uit Odessa. ’t Ging Laurie en Lotte niet voor den wind. De directeur was ’n ploert en Palou ’n schooier. Die twee leien samen onder een deken. Palou had 'r voor gezorgd, dat de directeur, die dadelijk 't contract had geprolongeerd, 'm elke veertien dagen iets van 't geld, dat ze ’m door de jaren op crediet lesnemen, schuldig waren geworden, instuurde, ’t Kwam 'm natuurlijk toe, maar ’t was ’n jodenstreek, dat-ie zich op die manier achterbaks binnen-maakte, dat-ie ze geen tijd liet, om met afbetalen te be-ginnen, als ’t hun convenieerde! Driekwart van de brieven was met die klachten gevuld — de rest liep over Lotte’s succes, waarvan onleesbare knipsels in de Russische taal getuigden — over *t plezier dat ze hadden — Duczi zou 'r oogen uitkijken, als ze zag met wat ’n respectabele, door-en-door gezellige menschen ze kennis hadden gemaakt — heel, heel anders dan in dat akelig-stijve Berlijn! — Duczi zou ’n gat in de lucht slaan, als ze ze door Odessa in 'n privé-auto van ’n schatrijken fabrikant, die (in vertrouwen) van af de eerste kennismaking smoorlijk op Lotte verliefd was geraakt, en ’r al na ’n week als gentleman „gevraagd" had... zag rijden! Voorloopig had Lotte nog geweigerd, omdat-ie ’n beetje te oud was — stel je voor — of dat gewicht in de weegschaal lei, als je 't geld in je schoot werd gesmeten... Als moeder, die „zoo schrikkelijk veel in ’t leven ondervonden had” zou ze wel zorgen dat 't in orde kwam — en als de almachtige God dat fortuin gaf, móést Duczi zonder verder uitstel den rommel in Berlijn verkoopen, op den trein gaan zitten, en zich ook 'n gebraden duif in den mond laten vallen... 'r Was nu al — daar hoorde ze Duczi bij schateren! — maar ’t was heusch-waar! — 'n charmante jonge man, die meer dan 'n kwartier naar 'r meegenomen portret had staan kijken — en gezucht had — gezucht! — en op z'n woord-van~eer had verzekerd, dat als de oudste dochter ’r zoo uitzag, en 't portret ’r niet flatteerde, hij 'r geen uur over had na te denken, om 'r tot z'n vrouw te maken! Wat Duczi van zulke dingen zei? Of de Russen niet om te zoenen waren?... In 't nooit ontbrekende Postcriptum zei ze dan, dat ’t leven veel duurder was dan in Berlijn, dat Duczi ’t ’r niet kwalijk moest nemen, dat ze 'r deze maand niet met de huur bij kon springen, dat ze ’r adviseerde aan de firma Krüger & Cahn ’n voorschot te vragen, of 't buffet en de ongebruikte bedden te verkoopen... En waar de photos bleven?... De photograaf kon ze, als-ie 'n klant, die zoo trouw
295