Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



drong ze goedig-hartelijk aan, om iets van de rare historie los te laten. Ze dee *r 'n eed op, bij ’t leven van 'r drie kinderen, dat ze geen woord aan wien dan ook zou oververtellen!... Ze had zich toch in die weken als 'n oprechte vriendin getoond... Ze vroeg ’t niet uit nieuwsgierigheid... Ze zag, dat ze maling aan al de smerissen van de wereld had, en Tr nou net zoo min as vroeger, al kletste 't heele huis 'r over, en al gaf 't hommeles met 'r man, in den steek liet...

Duczika luisterde bij zulk 'n ruw-eerlijken aanloop met 't zelfde strakke, niet reageerende, tergend-apathische gezicht. Soms ontweek ze de vragen — soms moeilijk opstaand, — ze verbeeldde zich, dat ze oogenblikken had, waarin 'r beenen zoo zonderling deeën, of ze de kluts kwijt waren, gaf ze n antwoord, dat geen antwoord was — alles en niets zei.

„Waarom kom je 'r weer op terug, Grete?”, praatte ze geduldig —: „ik ben 't, ben ’t... En 't interesseert me niet...” ’t Waren bijna dezelfde woorden, die ze dien Maandag op 't Polizei-prasidium half-bewusteloos had gesproken, en meer was ’r niet uit 'r te halen. De eenige, die 'r niet met vragen lastig viel, was Poldi Röse. Die bleef heele dagen en halve nachten, sloofde zich uit in attenties, bracht iederen morgen goedkoope bouquetjes mee, prakkizeerde de onmogelijkste dingen, om ’r af te leiden, droeg zoo ernstig, of-ie 't z'n heele leven gedaan had, de niet afgewerkte blouses met de 'r bij behoorende ingrediienten, in de kartonnen doos naar Neumann terug met de boodschap, dat juffrouw Zubransku ernstig ongesteld was en voorloopig voor den dokter 't machine-trappen moest laten — ’n corvée van 'n bezoek bij 't grijnslachen van den „Zwischenmeister”, die door Felix Krüger niet geheel en al onkundig van *t onaangenaam avontuur was gelaten — die omringde 'r met kleine genegen-heidjes, waarvoor ze geen oog scheen te hebben. De huisheer maakte 't 'r niet lastig. Met 't attest van den dokter had-ie van de politie uitstel gekregen, en de maand achterstallige huur was door ’t beleenen van den gouden manne-ring, dien Duczi op 'n morgen, met die opdracht, aan Grete Ginzel gegeven had, betaald. Grete had geen bezwaren — was niet de eerste keer, dat ze naar 't „Leihhaus” liep — Duczi verzocht 't 'r, omdat-ie 'r „te groot was geworden”, en omdat ze fm toch op ’t nachtkastje naast Poldi's bloemen liet slingeren. De huurquitantie en 't lommerdbriefje lei ze rustig, open en bloot, in 't bord op 't buffet, waarin de paar visitekaartjes en nog wat betaalde rekeningen

294

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.