Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



— en weer andere, ontelbaar, van links en van rechts, sluipend pittig van gang, heupwiegend, sloffend — en dat glee, dreef, zoog de Poort voor de „Prostituirten” in, of ergens achter in de schaduwstrook van de „Warmehalle” ’n schapendrijver z’n zweep liet knallen, of 'n gespierde mannevuist 'n dreigende knoet hield geheven. Dat trok nu alles de gang door, den beambte bij ’t glazen schot met den nummerbak voorbij, de steenen wenteltrap met ’t wapperend gasvlammetje op, de tweede gang in naar de doktoren, die eens, net als hij de studentenpet hadden gedragen en den opstand van frissche jeugd hadden gekend. Dat trok E i n g a n g VI in, en kwam ’r weer uit, als ze niet naar de Fröbelstrasse werden vervoerd1).

Dat stond onder Sittenkontrolle.

Dat had een voor een ’n akte in de rekken boven en ’n afgestempeld boekje — hoe oud — hoe lang — welke bijzondere teekenen — sinds wanneer — welke godsdienst...

't Duurde dagen en dagen eer Duczika herstelde. Lichamelijk knapte ze op, maar ze bleef zoo indolent, zoo wilsgebroken, zoo zonder belangstelling voor wat 'r om ’r heen gebeurde, dat Grete Ginzel, die 'r gelukkig nog kon bijstaan, omdat de barbier ’r ’n maand bij had gehuurd — de nieuwe winkel moest geverfd en ingericht worden, en dat vlotte zoo-zoo — dikwijls ongeduldig losbarstte. As ze zich zoo liet hangen, op je vriendelijkste vragen amper antwoord gaf, en zelfs op ’r stoel weer insliep, gaf zij ’r de brui an. Wat drommel, ’n jonge meid, die niks meer mankeerde, die tienmaal meer kleur had as toen ze achter de machine zat, mocht zich zoo niet laten gaan!... D’r was ommers niks onherstelbaars gebeurd!... An d’r boekje zat ze niet voor d’r leven vastgebakken!... Honderden meissies, die net as zij in de lamp waren gevlogen, hadden ’n goed huwelijk gedaan... Honderden waren beter terecht gekommen as de vrouwen, die met ’n kind bleven zitten en van d’r ongelukkige „alimenten” rond moesten wurmen... De eerste de beste man, die ’r trouwde, al had-ie ’n bult of al was-ie ’n kwartjesvinder maakte ’r weer vrij... En naar dien man hoefde ze niet te zoeken... Dien zag ze ieder uur in de kamer... Wat dee ’tl... Wie vroeg ’r later na?... 's Nachts waren alle katten grauw en in Berlijn kraaide geen haan meer naar je „verleden”, as je in ’n andere straat, ’n andere buurt woonde... Herhaaldelijk, als ze met ’r alleen was,

-1) 't Stedelijk Ziekenhuis in de Fröbelstrasse.

293

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.