Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



de dingen van tegenstand later, in z’n verbeelding, véél later, wanneer-ie met ’n pijp in zn hoofd, achter zn werktafel, in vogelvlucht rustig overzag, nog eens, bezonken en in volgorde van belangrijkheid geordend, overwoog.

Met de handen in de zakken, grimmig, uit z’n zachtmoedig evenwicht gehitst, keek-ie vijandig naar de donkere poort met de vergulde letters „E i n g. VI”, waarin de helm van den politieagent opglansde. Telkens, over ’t trottoir aankuierend, of ze ’n boodschap gingen doen, drentelden vrouwen aan, dikheupige wijven, vadzig en onverschillig, enkel ’n doek om de schouders, afgebeulde vrouw-dieren, waarvan-ie de lichamen van de sectie-tafel kende — ’r bewoog veerkrachtig en chic, pas in 't vak, ’n jonge meid, helblond, en de zon om joolde den blauwen damp van r nieuwe japon — ’r sjokte ’n schoonmaakster aan, de twee handen over ’r buik gevouwen, de schommelende, opwippende inkooptasch ’r tegen aan — ’r kwam van de andere zij ’n reuzin, ’n „Turban” als ’n helm over ’t beenige hoofd; ze stond stil en keek om, onrustig, drie, vier keer of ze bang was gezien te worden — ’r liepen ’r twee gearmd, blootshoofds, ’t haar haastig geknot, maar in de buurt van de poort lieten ze mekaar los, omdat ’t niet „mocht” met z’n tweëen — ’r reed ’n Droschke voorbij, 'tgehoefklap van 't paard betrottelde smakelijk de steenen en ’n hoed met veerend-wuivende pleureuzen boog naar 't Portaal — 'r was ineens, zonder dat je had opgelet hoe, ’n gekwakkel van zes, zeven gelijk; de handtasschen bungelden als kerke-klokken, de gelaten waren geel, oud, gezwollen — en dan weer toet-toet arresleede ’n auto, klepte ’n deurtje, stak ’n glacee-hand geld in de eeltknuist van den z’n pet betikkenden chauffeur, silhouetteerde ’n slank meisjes figuurtje den agent langs — en ’r drongen al weer nieuwe op, driest-lachende, geschminkte, met kostuums taylor-made — en ’n hinkende, flets en sullig, met wrikkende schouders of ze ’n last af wou schudden — en een in den rouw — en een met ’n vleezig-bloot nekje, langzaam van taststap om de moeilijke dracht van ’r spits-hooge schoenen — en ’n zwangere, gul-zeker de zonbaan door-stekend — en dan weer ’n lijdzame, mager, gebogen, sukkelig loopend of ze iets zocht — en ’n arbeidster, de tasch met groenten en brood, als ’n pompslinger aan r zwaaiende arm — en ’n dik-zweetend sproeten wijf je onder ’n rood-branden de parasol — en weer Tn tros bij mekaar in ruzie verklit, maar zich bedwingend — en weer ’n gesloten Droschke en ’n heere-stroohoed in krijschend-rood haar

292

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.