gelaat... Wat zich zoo rein, eerlijk, open in r slaap gaf, wat zoo in lief-pijnlijke droomen besloten lei, was 'n vrouw... Die 't bespied, vernederd, geknauwd hadden, waren mannen, zielige zedelijkheidswurmen, stakkerige ellendelingen, als je ook maar met mate aan de al-grootheid van de Schepping dacht... Ze had, naar je gissing, 't zelfde gedaan van duizenden-en-duizenden... Ze was misschien — misschien moest je ’t op die manier fan-taseeren? — lichtzinnig, lichtvaardig om de vlam gevlogen. Nu, onder „Sittenkontrolle” — saterde 't woord niet als 'n reutellach in je op! — „Sittenkontrolle”, hahaha! — rumoerde de bevuilende haat van 'n huisheer, ’n portier, en straks van de rest om ’r heen...!... Wat ze ook verder dee, wat 'r met r gebeurde, ze zou 'n vriend aan 'm hebben, tot-ie ’r bij neerviel...
Zich over ’r hand bukkend, wou-ie 'r, in z’n gevoel van sterke blijdschap ’n kus op geven, aarzelde. Nee. Niet als de anderen. Niet buiten 'r eigen ik om. Als ze bij ’r bewustzijn geweest was, zou-ie 't hier, naast 'r bed niet gewaagd hebben. Dan ook nou niet...
Met 'n opgeluchte, wilskrachtige sensatie, schoof-ie den stoel terug, en toen Grete Ginzel even later met 'n kop bouillon, van de laatste brokken van den oneindigen varkenskop getrokken, de kamer inwipte, verraste ze 'm bij grappige huiselijke bezig-heidjes, waarbij ze moeite had 't niet uit te schateren. Op 't nachtkastje bij ’t bed, had-ie op een van de vingerdoekjes, keurig-netjes, de in 'n glas water gestoken bloemen-van-gister, naast 't medicijn-fleschje op 'n bord, en ’n karaf-citroenwater gezet. De neergesmeten kleeren leien geordend op 'n stoel — de schoentjes, hak aan hak, glimmend — had-ie in de keuken gepoetst — stonden 'r onder.
„God, wat ben jij 'n lieve man!”, prees ze: „en nou weet ’k ook meteen waarom ze zoo van je houdt!”
Dat begreep-ie niet. Om fm op te monteren vertelde ze van ’t geheim, dat Duczi 'r Vrijdag met 'n half woord toevertrouwde. Hij luisterde, keek suffig over z'n brilleglazen heen, hangelde even lusteloos bij 't raam, liep toen weer glimlachend de huiskamer op en neer. Op Tt postkantoor in de buurt schreef-ie 'n briefkaart aan MevrouwLaurieZubranskuin Odessa, vroeg 'r of ze zich z'n naam nog herinnerde, zei dat-ie juist bij #r dochter op visite geweest was, dat juffrouw Duczika 'r hartelijk liet groeten, voor de photo’s van juffrouw Lotte zou zorgen, maar dat ze niet persoonlijk correspondeeren kon, omdat ze
19 289