Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



Dan, dan dan... Bij God, als de boel onder me was afgebrand, was ’k ’r minder beduusd van geweest!... Wat u?”

Poldi knikte onbeholpen. Als-ie zich voor de vrouw met de grove trekken, de zinnelijke lippen en de gele konijne-tanden niet gegeneerd had, zou-ie in de nawerking van ’t gehoorde gegriend hebben, ’n Hoop dingen schenen ’m duidelijk te worden, en toch, hoe meer-ie ’r driftig over na poogde te denken, hoe meer-ie zich af martelde, om de opvlammende tegenstrijdigheden te verklaren, hoe sterker-ie z’n houvast verloor. Zich herinnerend, dat ze ’m dien avond gezegd had, dat ze voor Ginzel en z’n vrouw, die den volgenden dag bij r zouen komen eten, gedekt had, maakte-ie daar vluchtig ’n toespeling op. Grete schudde ’t hoofd. Ze had dus dien nacht iemand gewacht, iemand die niet gekomen was — Erich of ’n ander... Loom-ellendig opstaand, met ’n beuheid die ’m eiken stap bezwaarde, haalde-ie den on-noozelen calmans, dien-ie ook zelf had kunnen voorschrijven, van de apotheek af. Terug in de dompige, donkere woning, waar alles verhavender, versletener, verveloozer, afgetakelder leek, nu 'r geen zon stond en ’r niemand in de kamer was, wachtte-ie op Grete Ginzel, die naastan ’r kinderen hielp. Toen, omdat ze te lang wegbleef, zocht-ie 'n lepel, en met ’n teeder-moederlijk gebaar, ’r toesprekend of ze ’n kind was, hevelde-ie Duczika ’t drankje tusschen de tanden, de neusvleugels saampersend, om ’r te dwingen, zooals-ie ’t zoo dikwijls gedaan had. Zacht kreunend, met 'n trek van afschuw om den mond, slikte ze, en zonder tot bewustzijn te komen, klaagde ze even zoo diep-smartelijk, zoo aangehouden drenserig-kermend, dat 't ’m de tranen naar de oogen dreef, 'n Stoel bij ’t bed schuivend, warmde-ie *r hand tusschen de zijne. Voor 't eerst sinds de andere, waarover-ie met Laurie op den avond van de kennismaking in bittere verachting gesproken had, uit z’n leven verdwenen was, hield-ie vijf kleine vingers van ’n vrouw, vijf bleeke kleutervingers in z’n knokelhanden. Nee, ’n glas waaraan nog nooit iemand de lippen gezet had — hoe leefde de stemmings-nacht, toen Erich van z’n vader vertelde in ’m op! — was ’t niet meer. Duizend tegen een had ’t stumperig prachtkind — gesloopt door ’t blouse-naaien, de zorgen om zich met ’r moeder en zuster staande te houden en gedreven door ’t verlangen naar ’t eenig beetje geluk, dat voor ’n n i e t-denkend mensch weg was gelegd — ’t hoonspottend vlaagje zonde bedreven, dat voor de minst-zondigen ’n erbarmelijk juk werd... Dat was geen ontuchtig

288

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.