Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



als ik — en *t spijt me — 't spijt me bijzonder — *t is voor mezelf 'n donderslag...”

Plots uiterlijk tot in ’t belachelijke toe verlegen, door de lengte van z’n lichaam bijna potsierlijk-benepen van gebaar, in de zonderlingste psychische reactie en depressie na *n blinde verwoedheid, die ’m haast met den portier had laten vechten, ’n onstuimigheid die niet tot z’n stille, kalme en peinzende natuur behoorde, zette Poldi zich op 'n stoel bij de tafel. De groote, plompe handen ondernamen de reflex-beweging van *t schuieren van z’n bril. Hij vroeg niet meer. Met vochtige, bijziende oogen, staarde-ie voor zich uit, terwijl de dokter in de slaapkamer met de zieke bezig was. 't Schreeuwde tegen alle gezond verstand in, dat 't verzorgde, welgedane heertje met den luxe-hond op den arm, 't verwijfd renteniertje met in de plooien staande broekspijpen en smettelooze souspieds, zulk 'n feit, beschuldiging, of hoe je ’t noemen wou, uit z’n duim zoog... Dan was 't öf ’n vergissing van de politie — öf, öf... En die laatste onderstelling, die met Duczika's houding — dien Zaterdagnacht — en Erich's onverklaarbaar gedrag scheen te kloppen, smeet alles zoo in ’m ondersteboven, verbijsterde 'm zoo ontzettend, dat-ie eerst bij ’t gesprek tusschen den dokter en den huisheer, wakker werd.

Nee, onder deze omstandigheden mocht ze niet vervoerd worden. 't Juffertje had de een of andere interne aandoening, ’n volslagen lichamelijke uitputting, 'n aan 't hysterische grenzende zenuwverslapping, of 'r was 'n andere oorzaak, waarvan de diagnose op ’t oogenblik niet kon worden vastgesteld. Tempera-tuursverhooging was 'r niet van beteekenis — 't hart werkte normaal. Als ze niet onder invloed van groote hoeveelheden drank was, aan directe alkohol-vergiftiging leed, stond je vermoedelijk voor 'n geval van hysterische explosie. Hij zou, pour acquit de conscience, iets voorschrijven, in den loop van den avond nog *ns aanwippen, maar de hoofdzaak bleef 'r zooveel mogelijk te laten slapen.

Met den huisheer babbelend, en door den portier gevolgd, liep-ie de trap af.

„Daar zit 'k van op m’n stoel te beven”, zei Grete Ginzel, die ’t sprakeloos aan had gehoord: „daar houdt alles bij op... Nou is niks meer onmogelijk... En ’k snap 't niet, ’k snap 't niet, fk snap 't niet!... 'k Laat nog m’n hand voor ’r afhakken... Dan had *r moeder geen centen van Fritz voor dfr reis te leenen...

287

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.