Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



weer aan. En vroeg hondercUuit. Of ’r ’n dokter bij was genomen? Of ze de temperatuur hadden geconstateerd? Of ze na den val niet vomeerde? Of — of —of...? Door Grete Ginzel voorgegaan met n schuchteren glimlach op ’t beenig gezicht, ’t hoofd verlegen buigend, of-ie te lang was voor de slaapkamer-deur-opening, haast blij dat ze 'r oogen gesloten hield, en 'm niet herkende, stapte-ie eindelijk tusschen de bedden door, om zich persoonlijk te overtuigen, waar 't beroerde zoodje buren te stupiede was, om de meest primitieve maatregelen te nemen. Met 'n ontredderende aarzeling treuzelde-ie bij 't voeteneind van 't ledikant, ’r zich jongensachtig voor schamend, dat-ie buiten ’r weten, zonder 'r toestemming, in de slaapkamer drong — en keek naar de bulten van 't luchtbed, de glanslooze koperen knoppen, nauwlijks door ’t lamplicht befleurd — toen naar 'n klein-wassen hand met ’n ring en ’n pluksel sajet — toen naar ’t fijn-besneden gelaat in den wingerd van teeder-blond haar.

„Juffrouw Zubransku...", zei-ie timiede.

Ze bewoog niet. 'r Oogleden leien zwaar, enkel 'r vingers trilden even.

„Ze hoort u niet... 'k Heb 't wel tienmaal met ’r geprobeerd", waarschuwde de barbiersvrouw.

Op z’n teenen, bang dat-ie *r wakker zou maken, liep-ie naar 't hoofdeind. Voorzichtig nam-ie 'r pols in de hand, keek bezorgd naar z’n horloge. Ze was beslist ziek, had koorts, reageerde op niets. De kleine hoofdwond, waaromheen-ie schuw en angstig 't ingedrenkt haar wegknipte, kon dat niet veroorzaakt hebben. Met de belangstelling van den medischen student, die in de ziekenhuizen dikwijls geobserveerd had, beluisterde-ie de hortende ademhaling, bestaarde-ie de gevoellooze pupillen.

„Als ze morgenochtend nog zoo is", praatte-ie terneergeslagen — hoe had-ie eergister, gister en vandaag gehunkerd om *r te zien en met 'r te babbelen —: „moet ’r onmiddellijk 'n dokter bijkomen..."

Grete Ginzel liet ’m uit. In 'n stemming, om met iedereen ruzie te zoeken, wandelde-ie terug, en rookte zoo in gedachten de eene pijp na de ander, dat-ie voor ’t eerst sinds jaren de ratten vergat te voeren. Den volgenden morgen vroeg — de correctie op de drukkerij hield-ie toch niet uit! — was-ie weer present.

„Bij wie moet u wezen?", vroeg de skelet-portier, 't hoofd uit 't raampje stekend.

283

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.