Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



vroeg-ie niet meer. ^ Kind, waarop-ie zoo lang had gevlast, zat naast 'm, dicht tegen i*: aan — ze praatte niet, maar verzette zich niet tegen de vingers, cu* 'r nekje streelden.

Als ze ’n glas wijn heeft gedtv nken, zal ze bijkomen, dacht-ie — duizend tegen een heeft ze kwe^’e met dat blaag-van-’n-jong-mensch, waarmee 'k 'r heb zien loopen — dat's 'n buitenkans — laat 'k me niet als ’n idioot gedragen!

Hij stond op, riep den chauffeur ’n adres in de buurt van ’t Circus Schumann toe. Daar hielp-ie ’r uitstappen, ’r Hing ’n bord achter de ruit van de deur: „Zimmer auf Monate, Wochen und Tagen zu vermieten.” Hij kwam ’r meer. ’t Was 'n uitstekende, vertrouwde gelegenheid, rustig, comfortabel, discreet. Hij bestelde ’n flesch champagne, schonk in. Ze dronk niet. Ze zei alleen dat ze zoo moe was, dat ze niet uit ’r oogen kon zien.

„Zal ik je helpen uitkleeden?”, vroeg-ie.

„Kan me niet schelen”, antwoordde ze, op ’t punt ’r bewustzijn te verliezen: „als u maar niet tegen me praat... ik ben zóó moe, zoo vreeselijk moe...”

Haast met geweld drong-ie 'r ’n glas champagne op, en met bevende vingers begon-ie de Zondagsche blouse te ontknoopen.

Dien nacht, terwijl de heer Felix Krüger van de firma Krüger & Cahn, fn sigaret naast 't zonderling-snurkend dochtertje van zn ouwe kennis Laurie Zubransku lag te rooken, en zich voornam bij tijds op te stappen, omdat-ie nog nooit zoo’n ongezellig en dood avontuur had doorstaan, beleefde-ie 't vervloekt intermezzo van ’n inval van de „Sittenpolizei”, die door 'n anonymen brief van ’n teleurgestelde gewaarschuwd, de „Personaliën” van de bezoekers kwam vaststellen. Hij legitimeerde zich behoorlijk, was bijtijds ’s morgens op z’n kantoor, maar babbelde 'r nog wel twee dagen over na — over 't gemis aan takt van zekere politiebeambten. ’n Razzia in den Tiergarten: uitstekend! Maar fn inval in 'n gesloten huis, 's nachts om half twee: ongehoord...

X.

Ze was in die uren, volslagen-krankzinnig, los van alle werkelijkheid, toch zoo bizar-helderziend, dat ze later, zonder fn hapering, zonder ook maar te weifelen, 't licht van ’n raam met matglazen onderruiten, den stand van ’n tafel, 't glimmen van uniformknoopen, 't haasten van 'n pen over bleek-bevend papier zag.

277

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.