Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



„...Majestät!” En aan de overzij, bij Café Bauer, klonk ’t scherp en bevelend: „Majestät!” ...’r Gaapte ’n scheur in de kolking van schouders, hoeden en blouse-kleurtjes — gespannen paarde-beenen beknarsten ’t asfalt — ’n hoornsignaal slierde aan — en ’n auto, wit en slank floepte in volle vaart naar de Pariser Platz. Met den weer opgolvenden stroom, niet op en niet rondkijkend, stak Duczika de straat over. Ze bestapte, om de wrijving der lichamen niet meer te voelen, ’t leeger trottoir naar de Brandenburger Tor. De auto's dreven nu op ’t wit-lichtend asfalt met ’n gouden zuile-weerkaatsing, waar ’t geplas van de lantaarns den gladden bodem doorwroette, ’r Trottelde ’n Janpleizier met schemer-purperende lampions voorbij en de menschen ’r in builden lui tegen mekaar op, terwijl een naast den koetsier ’n harmonica bespeelde. Suffig, met gebogen schouders, drentelde Duczika voort, ’r Voeten deeën pijn, ’r oogen verdroegen nauwelijks de lichtnimbussen van de electrische ballons. Ze wist niet wat ze wilde en ze wilde niets. Ze liep enkel, smalletjes, klein, haveloos. De ring glee van r vinger en ze raapte ’m weer op, zonder begrip waarom ze ’t dee. Bij de Brandenburger Tor passeerde ze de wacht en keek om. Iemand riep ’r naam. Ze knikte. Wie ’t was zag ze niet.

„Dat is ’n toéval”, zei Felix Krüger, beleefd z’n hoed afnemend — hij wandelde naar z’n club, om zich te verzetten — de miserabele historie met z’n vriend Semmy Lubinsky, de stumper, die vermoord was geworden, terwijl hij met hèm telefoneerde! — had ’m de heele week bedorven — nu, onverwacht, meer dan belust op ’n ontspanning, na de treurdagen, ontmoette-ie ’t kleine ding met ’t geziicht-om-te-stelen: „zijn uw mama en uw zuster al weg?”

Ze knikte, herkende m niet.

„Gaat u naar huis,, of...?”

Ze knikte.

„Mag ik 't genoegen hebben u ’n auto aan te bieden...?”

Ze knikte — ze zou bij alles geknikt hebben, leeg, wee, doodelijk-op als ze zich voelde.

„Of heeft u lust eerst wat te eten...?”

Z’n vraag niet hoorend haalde ze de schouders op.

Hij hielp ’r instappen, greep onder ’t rijden ’r handje. Ze liet ’t toe. Hij werd vrijpostiger. Ze staarde voor zich uit.

Toen keek-ie ’r angstig aan, vroeg bij ’r wit, bestorven gezichtje, of ’r iets scheelde. Ze schudde ontkennend ’t hoofd. Toen

276

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.