Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



verzocht matig te zijn. Ze was van 'n prikkelbare nervositeit, die 'm pijn dee, waarbij hij tenslotte op-schreien-af melankoliek werd. God, wat zaten ze zonderling over mekaar... Wat schimde 'r 'n hatelijke ondergrond bij ieder woord, ieder onnoozelezinswending!

Half twee ging-ie zeker. Ze joeg ’m weg met ’r wakker-zijn, 'r abrupte gebaartjes, ’r geen seconde stil zitten, 'r ratel-gesprek-jes, ’r uit 't raam kijken, 'r plots onstuimig sigaretten rooken. Maar toen, op ’t moment dat ze samen in den korridor stonden, bestierf ze 't van 't lachen. Was 't ’n paskwil, *n onbetaalbare, kostelijke grap!... Of-ie wou of niet, ’m ’r uit laten kon ze niet, hahaha!... Mama had den eenen sleutel, Schüler — z’n voornaam zei ze niet meer — den anderen. Daar hoefde-ie niet zulke angstige gezichten bij te trekken, opeten zou ze ’m niet, hahaha!... Hij kon gerust op de sofa gaan liggen, en 'r den dag afwachten, hahaha!... Nee maar, die was goed!... Die was eenig! Hij maakte bezwaar. Zij schaterde. Ze kon ’m toch moeilijk met ’n eind koord uit 't raam laten zakken! En als-ie wel op de binnenplaats was, was-ie even ver, hahaha!... Och, och, die arme gevangen meneer Röse!...

Lachend, na 'r goeien nacht gewenscht te hebben, maakte-ie eindelijk van *t aanbod gebruik. Zij sloot de slaapkamerdeur, blies de lamp uit, vroeg 'm achter ’t beschot of-ie goed lei — toen hoorde-ie 'r niet meer. Móést 't zoo zijn!... Was in zijn leven nog 'n pover beetje zon mogelijk?... Zou ’t goddelijk kindje 'r toe kunnen komen?... Met 'n glimlach sliep-ie in tot bij zevenen. Als ze niet geklopt had, zou-ie nog langer geslapen hebben. Of-ie weg wou gaan?... Ze moest in de keuken zijn, om water te halen... En of-ie 't ’r niet kwalijk wou nemen, dat ze 'm zoo'n buitenissigen nacht had bezorgd...!

„Mag ik nog 'ns terug komen, juffrouw?” vroeg-ie achter de deur, zelf verbaasd om zn vrijpostigheid.

„Graag”, zei ze, om wat te zeggen.

Glimlachend liep Poldi de trap af, glimlachend stapte-ie voorbij de portiersloge, waar de portier en z’n vrouw m met gezichten-van-walging nakeken.

Ze was niet uit ’r kleeren geweest. Voor 't raam van de slaapkamer, dan met 't hoofd in de handen, dan over 't kozijn gezakt, wakker en toch zonder besef waar ze was, had ze 't dag zien worden. Na Poldi’s vertrek, afgebeuld, suf, bewoog ze als ’n slaapwandelaarster. De leege flesschen en den dooden

18    273

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.