Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



ander, door ’n nevel heen, over dingen, die ze zich niet meer herinnerde gesproken — :nou~ie weg wou, nou-ie met z’n goedigen acteurskop, de lachende brilleglazen, 't gekarteld koperbruin van z’n haar, boven de lamp uit stond, kromp ze vreesachtig samen.

„Haast, haast?... Nee, haast heb ’k niet... Maar ’t is twaalf uur en u ziet ’r wat moe uit, na die kleine flauwte...’’

Daar wou ze niet over hooren. Ze voelde zich best. Als-ie bleef, werkte ze niet. Als-ie ’r zóó vroeg vandoor ging, kroop ze uit verveling toch achter de machine, Om ’r te plezieren, en omdat-ie ’t gezichtje aanbad, bukte-ie naar den stoel terug, trok ’n flesch open, omdat ze ’t wóu. Terwijl ruimde ze de gedekte tafel af. Ze had gedekt voor ’r buurman Ginzel en z’n vrouw, die morgen bij *r zouen eten — menschen, die erg goed voor r waren geweest. Langzaam, of ze in droom bewoog, droeg ze de borden en schaaltjes naar de keuken. Waar-ie bij was, schudde ze de boschviooltjes van ’t tafelkleed in de gapende diepte van de binnenplaats en liet ’t raam open — ze had voor 'r buren geen geheimen.

„Die Erich is ’n wonderlijke jongen../ , zei hij na n nieuwe stilte...: ,/t spijt me, spijt me...!"

„Wat spijt u?”, vroeg ze, ’m voor ’t eerst aankijkend.

„Dat-ie soms zoo vreemd kan doen...”

„Wat doet-ie voor vreemds?”, vroeg ze weer.

„Nou — niets... ’k Dacht ’t../', antwoordde~ie ontwijkend, mateloos verlegen. Hij vergiste zich.. De brief had ’r niets gedaan. Positief, 't was de warmte geweest... Bescheiden van 't glas wijn nippend, hield-ie ’r met z’n ernstig gebabbel bezig. Als ze voor zich keek, keek-ie r aan — als r oogen op ’m toedwaalden, vluchtten de zijne naar 't portret van den vader of naar de lamp of naar de kromme wijzers van ’t Zwitsersch klokje. Van af dien Zondagavond had-ie aan ’r gedacht — hij, met de eene nier — hij, vriend van Erich. Nu was ze stellig „vrij”..., zat-ie over ’r, of ze ’n ouwe vriendin van 'm was, of ’r al ’n tikje intimiteit tusschen ze bestond... En om zich ’n houding bij z’n gruwelijk versteven gebaren te geven, sprak-ie zwaar op de hand, gewichtig, topzwaar — altijd met de vreemde sensatie, dat ze niet luisterde, dat-ie tot ’n willoos lichaam betoogde. Zij dronk. Toen de eene flesch leeg was, trok ze de tweede open. ’r Oogen werden levendig. Ze lachte om 't geringste, als-ie zich versprak, als-ie z’n bril scheef op z’n neus duwde, als-ie van de ratten verhaalde, die zich ongelooflijk „vermenigvuldigden”, als-ie ’r

272

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.