Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



Dat had ze ondeugend gejokt, dat ze geen wijn bliefde! Of ze, nu 'r mama en zuster op reis waren, geen idee had met ’m naar n theater te gaan? Hij zou voor biljetten zorgen... Geprikkeld zei ze, dat ze geen tijd had, en na nog wat hatelijk gebabbel met altijd de afstootende zoeking van z’n genepen oogen om ’r lichaam — bleven alle mannen, zonder uitzondering, schepsels-om-van-te-rillen! — sloot ze ’r deur.

In de eenzaamheid had ze 'n prettig, dol-heerlijk kwartiertje voor ze 't werk hervatte. Ze dekte de tafel. Op 't schoone tafelkleed lei ze twee vingerdoekjes met de initialen L. Z., die ’t laatst voor den directeur uit Odessa voor den dag waren gehaald, ’n dubbel stel borden, de drie haringen, 't brood, de kaas, de acht eieren, den kurkentrekker, twee wijnglazen, en bij ieder bord zette ze 'n flesch Lobenheimer. Toen wikkelde ze de half-verdorde boschviooltjes los, schikte ze rond de schaciltjes en de kaasstolp. Hij kwam. Ze had 't zelfde voorgevoel van dien morgen. Hij kwam straks, of na achten of na tienen — den sleutel hoefde ze m niet meer te geven... Om 't zich makkelijk te maken — 't opgeprikt zitten hield ze niet uit— haakte ze 'r corset los, hing de blouse over 'n stoel. Als-ie belde, kon-ie wachten. Zij had ft zoo lang gedaan. Dezelfde dorre warmte van de vorige dagen doorzwoelde de kamer, de zon brandde rechtstandig tegen de gordijnen — hinderde *r niet meer. Ze werkte zoo lenig en opgewekt, met zulk ’n onvermoeibaarheid, als in geen dagen, dronk 'n kop opgewarmde koffie van gister, onder ’t naaien en gar-neeren door, keek naar de feesttafel, en dacht ’r over na hoe ze 't souper zou inrichten — eerst haring — dan 'n omelet van geklutste eieren met „Schnittlauch” — ’r was nog „Schnittlauch” in de keuken — dan kaas — jammer, dat ze geen goedkoope bus sardines aan had gedurfd... Éen seconde liet ze 't pedaal glippen, om een van de haringen — hoe kon ze zoo leep zijn! — in 't water te zetten — toen spurtte ze voort tot ’t schemerde, en ze de lamp moest opsteken. Kwart voor negen. Voor den inkijk van de overzij, trok ze de gordijnen dicht. De kamer werd rr nog eens zoo gezellig door. Nooit had alles r zoo opgeruiimd-huiselijk uitgezien. De glimmende flesschen wachtten — de borden wachtten — de glazen wachtten — de kaasstolp wachtte — ’t tafelkleed wachtte — de boschviooltjes wachtten — de stoelen wachtten — zij wachtte. Zachtjes fredoneerend melodietjes zingend bij ft gesnor der machine, *t getik van den wekker, ’t gesuis van de lamp, dreef ze den naald in de glanzing van de blousestof.

264

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.