Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



precies vier Pfennig in 'r portemonnaie. Gezellig! Zou 'n dobber worden, om 't tot Dinsdag uit te zingen! Glimlachend — nu de knoop door was gehakt, leefde ze weer op — loog ze den kruidenier, bij wien ze al jaren haalde, voor, dat ze ’r beursje op tafel had laten liggen, kocht *n bus „Kaiserschoten”, drie „Matjesheringen”, 'n halve „Mandei" eieren, 'n „Achtel” Til-siterkaas, 'n half boerenbrood en ’n Viertel „Schmalz”. Meer voorraad had ze voor de eerste dagen niet noodig. Bij de deur keerde ze zich om. De inval, hahaha! Bier was ’r niet in huis, geen druppel 't Feest met glasies water te vieren...? Geen denken an, hahaha!... Neumann had vijf Mark ingehouden, dan maar ’n buitensporigheid — niet nadenken, niet zwaar op de hand zijn, niet je jonge leven met prakkizeeren verdoen! Van ’t rek met spotgoedkoopen wijn nam ze twee flesschen „Loben-heimer” a acht-en-zestig Pfennig de flesch. Goed of slecht, voor hun werd 't 'n koningsdrank!... Zoo, snuivend van plezier, belast en beladen, liep ze de vestibule door, waar de portiers-vrouw, bezig de marmeren voortrap te dweilen, ’r giftig nakeek. Twee-hoog ontmoette ze den Italiaan, dien ze liefst mijlen ontweek. Hij zei ’r iets in gebroken Duitsch, dat ze niet verstond, kneep 'r in ’r bovenarm. Als ze Tr handen niet eivol had gehad, zou ze 'm 'n draai om z'n ooren hebben gegeven. Nu riep ze *m enkel verwoed na, dat ze naar de politie zou gaan.

„Wat is dat?”, vroeg ’n stem, boven aan de trap.

Gelukkig, ze had 'n getuige — de huisheer zelf. Met 'n kleur van opwinding dee ze 'r beklag — dat 't op die manier voor fatsoenlijke bewoners niet uit te houden was — dat de visch-handelaar 't ’r lastig maakte, dat die ieder oogenblik met 'n kijker binnenloerde — of dat mocht, of ze zich dat moest laten welgevallen? — dat de onbeschaamde Italiaan ’r in ’r arm had geknepen — dat ze zou verhuizen, als meneer geen maatregelen nam.

Lachend, z’n gelig snorretje, sappig-blond geverfd, bedraaiend, knikte-ie 'r toe, dat ze volkomen gelijk had, dat-ie aan dien „Unfug” 'n einde zou maken, dat ze op ’m rekenen kon. ’r Waren meer buren, die zich over de herrie en den uienstank van de Italianen — die leken met gestoofde uien op te staan en naar bed te gaan, hahaha! — hadden beklaagd; hij had ze net de huur opgezegd...

Dan de flesschen wijn ziend, maakte-ie 'n grappige toespeling op *r weigering van gister, om ’n glas wijn bij hèm te drinken.

263

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.