Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



Treuzelend, met nog schuwer gebaartjes dan anders, ging-ie *r voor.

En 't eerste, dat ze op de tafel, naast de instrumenten voor ’t plukken en mêleeren van de dotten haar, de knoeten ijzergaren, de strijkijzers en den brieven weger zag liggen, was de manicure-doos, die-ie gister voor Laurie beleend had.

„Heb je die alweer terug?”, vroeg ze verbaasd: „dat’s vlug! En dat's heerlijk! 'k Was bang, dat je langer dan n week op 't geld had moeten wachten...”

Ginzel kreeg ’n bloedrooden kop, toen werd-ie bleek. Hij hakkelde, glimlachte verlegen, zei dat-ie onverwacht, door 'n gelukkig toeval, van 'n haarfabriek, die in geen maanden betaald had, die zoo goed als failliet was, die 'm honderd keer had laten loopen, ’n postwissel thuisgestuurd had gekregen, dat-ie nog geen kwartier later de doos terug was wezen halen...

Grete Ginzel, de zuigeling, die ze pas de borst had gegeven, op den harig-solieden arm — twee hoofden minstens was ze grooter dan de tenger-versleten friseur — stoorde ze. Ze zag 'r, nu ze in geen veertien dagen ’n toeval gehad had, frisch-sappig uit, lei 't kind in den wagen naast de roestige naaimachine, liet schuimend van plezier 'r tien nagels zien. Ginzel was aan 't „manikurizeeren” geweest, had de nagels geknipt, gevijld, de maantjes weggestoken, de randen gepolijst, de vingertoppen gekuischt.

„Daar het-ie”, lachte de pootige vrouw met 'n gebit van gave, gele, konijne-tanden: „van af dat je je moeder en zuster na den trein ben wezen brengen, van half tien tot half twaalf an gewurmd en vanmorgen weer...”

Weer steeg *t bloed naar de slappe oogjes van den barbier. Met z’n houding geen raad wetend, nu-ie zoo reddeloos leugenaar werd, scharrelde-ie op 't ondiepe balkon, waar de luiers van de zuigeling en de wasch van de twee andere kinderen te drogen hing, en zei 'n paar maal verlegend-grinnekend: „Hèhè! Hèhè!... Dat gekles!... Is dat klessen!... Hèhè! Hèhè!...”

Duczi glimlachte enkel, maakte van de kleine ontdekking geen misbruik. Hij zal 't voor Grete niet hebben willen weten, dacht ze, als ik ’t van die goeie ziel verklap, krijgen ze kwestie...

Ze hielp in de onoogelijke, vervelooze keuken de tafel dekken, bewonderde de enorme restanten van den varkenskop, die nog voor de heele week moesten dienen.

„Als-ie in die warmte maar goed blijft”, praatte de barbiers

253

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.