Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



vrouw, de aardappelen afgietend: „je ken rustig morgen weer komen meeschransen!... As Ginzel centen in z’n zak heeft, weet-ie ’r geen raad mee!... Voor twee menschen en voor wat kinderen, die haast niks,lusten, meer as tien pond ineene in te slaan!... ’k Heb me gister al haast ’n besloten koliek an de hersens gegeten!... Net 'n kind hè?... Heelemaal geen overleg! Morgen krijg-ie ze koud met zuurkool, overmorgen kook 'k erwtensoep voor twee dagen... Heb-ie honger?... Ja, hè?... Arthur!... Arthur!... Kom-ie?.,..”

Met z'n vieren — 't jongetje sliep — had 't de laatste week in de ingewandjes — zaten ze aan. De vrouw schepte aardappelen op de borden, Ginzel snee voor. En ’t werd 'n genoege-lijk, rustig uurtje. De grammophoon — een op afbetaling — zong voor dessert liederen uit de „Troubadour’ : „Ach, Eleonor, ge-denke mein!” en 't smartlied uit de „Paljas” tot 't doddig driejarig meisje, dat nog geen muziek verdragen kon, begon te huilen.

„Jammer”, zei Grete Ginzel, toen de friseur, die om half drie bij 'n klant moest zijn, weg was: „erg jammer, dat we den eersten verhuizenL./tWerd juist zoo prettig tusschen ons buren, wat?...”

„Verhuizen?” vroeg Duczi — ze dacht aan de klachten van den avond, toen Grete naar 't bed in de vochtige slaapkamer gedragen werd —: „heeft de huisheer jullie de huur opgezegd?”

„Ons?... Ben je wel wijs?... Kan-ie betere menschen krijgen?... Ginzel heeft vanmorgen n keurige, kleine winkel, niet te duur, met centrale verwarming — verbeel je! — en met warm water — lekker, hè? — in de buurt van 't Bayrischer Viertel gezien... Die ga ik morgenochtend, terwijl hij op de kinderen past, kijken... De achterkamers motten wat donker zijn... Maar da’s 't minste, niet?... Zal ik God op me knieën danken, as we hier weg bennen, as we eindelijk 'n eigen zaakie opzetten!...”

„Nou, als dat lukt, is ’t ’n felicitatie waard”, knikte Duczi met 'n nauwelijks te maskeeren twijfelen im 'r stem — hakte de barbiersvrouw op, of had Ginzel, toen ze met de flesch azijn overwipte, tegenover Erich, Poldi en haar over z’n armoe komedie gespeeld? —: ,,'n eigen barbierszaak, n eigen...?... Kost dat zoo weinig?”

„Zoo weinig!”, babbelde Grete, in toon van vertrouwelijkheid doorslaand — was zoo’n zitje met ’n dragende maag vóór je weer uren haren „dressierte” en bij de rust van de drie slapende kinderen, om je ziel en je zaligheid bij te vergeten! -— blies ze zelden op die manier uit, omdat Ginzel met 'n giftig-venijnige

254

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.