Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



„Ken ik dat ruiken?”, beet Lotte van zich af: „kan ’k zeggen dat we niet thuis zijn, als 'k zelf de deur open maak, en als-ie jou in den spiegel ziet?...”

„Adieu!... dan ga 'k”, gromde mama: ,,'t is me gedorie wat moois dat ik de heete kastanjes uit ’t vuur mot halen!...

„Asjeblief”, zei Ginzel, met de mahoniehouten doos in de kamer terug.

*t Deksel klapte-ie met de door 't haar stuk-gevreten vingers open, en de lieve, beminnelijke lichtplasjes van scharen, vijlen, messen, tangen, de beenen heftjes der hazepooten en poederkwastjes, de ovaaltjes zeep en nagelpolitoer, dartelden de blauw-fluweelen bedding uit.

„Dat kost je wat”, taxeerde Duczi in de behoefte iets vriendelijks te beweren — ’t genot van de bezitting straalde 'm de oogen uit — heel z’n schuchtere houding soebatte 'n loftuiting — en Laurie en Lotte keken zoo zuur en deeën zoo wrang, dat ’t ’n domper over 't snuivend genoegen van ’t vroeg-ouwe mannetje lei.

„Dertig Mark, alles en alles”, protzte-ie, 't fluweel met 'n eeltigen vinger streelend: „en contant betaald!... Geen schulden!” „Dertig Mark...” zei Laurie met ’n klagerige zweving in 'r stem — zij was op 't punt bij Krüger te gaan bedelen! — en zoo'n halve gare friseur verdee z’n spaarpot aan speelgoed...

„Da’s heelemaal niet duur”, lei de barbier met de zekerheid van 'n kenner uit: „...ik ben zoo lang in 't vak, dat 'k deze doos nog met geen vijf Mark winst aan 'n collega zou overdoen...” 'r Zijn doozen en doozen, maar deze, deze...”

Met 'n verliefdheid-voor-eeuwig bekeek-ie de glinsterende spulletjes. Laurie, in de juiste stemming, om de vreugde van ’n ander te bederven, nam *r den zegen af.

„Nou”, merkte ze ongezellig op: „ik geef 'r nog geen tien Mark voor...”

„U zou 'r ook niks an hebben”, antwoordde Ginzel hoffelijk: „maar voor mij om te manikurizeeren, niewaar?... Ik manikurizeer liever twee dames, as dat 'k ’n dozijn heeren scheer...”

Verlegen, teleurgesteld zakte-ie met de doos naar de deur af. Daar werd-ie toch nog even hartelijk.

„Ik hoop”, mummelde-ie: „dat u Grete nog gedag komt zeggen voor u weggaat, en as juffrouw Duczika zich alleen verveelt, of es bij ons wil eten, zal ze welkom zijn!... ’k Heb juist vanmorgen 'n varkenskop op de markt gekocht... Daar eten we strakkies de hersens en morgen de tong van... Wil u...?

244

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.