Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



heb vannacht niet geslapen — heb geen oog toe gedaan — was 'r al om half vier uit — ben haast bij 't baden in de Mügelsee verzopen... Christus, zit niet als 'n lijk...”

Met tranen in de oogen, trok ze 'r handen los, sloeg de armen om z'n hals, en 'r gloeiende wang tegen de zijne leggend, snikte ze 'm driftig in 't oor:

„Al had je nog tienmaal meer gedaan, Erich, lieve jongen — ik hou van je — ik ga voor je door 't vuur... 'k Laat me liever m'n tong uitrukken voor 'k je ongelukkig maak... Als je van mij ook maar 'n beetje houdt, als je niet zoo ruw voor me ben als Zaterdagnacht...”

't Gilde in 'm op, 'r toe te schreeuwen, dat ze bezeten was, dat-ie niets had gedaan, dat-ie 'r idioot-doen niet begreep, dat ze met 'r komedie uit moest scheiden, dat-ie 'r enkel mee had genomen, om ergens in de buurt wat te eten — de derde in 'm, kwam in opstand, wou van zich af bij ten, zich verweren — de zachte meisjeswang, de 'm streelende meisjeshanden, de loomheid, die z'n wil tot 'n machteloos vernevelend ding maakte, de hijgende hitte in 't rijtuig, de pénétrant-zoete geur van 'r haar en 'r hals, dwongen 'm tot 'n staat van verteedering en overgave, waartegen-ie zich niet meer verzette.

„Ik ben Zaterdagnacht niet ruw geweest — hoe kom je 'r op...?”, praatte-ie, z'n arm om 'r heen leggend: „anders zou 'k je niet afgehaald hebben... Niewaar?... Dat geeft je gezond verstand je toch in... Ben 'k niet altijd 'n goed vriend voor jou — en de anderen geweest?... Wat?... Nou dan?...”

Toen zochten 'r lippen z'n mond, en hij kuste 'r terug.

„Ik wil méér dan 'n vriendin voor je zijn”, zei ze, voor 'm op de kniëen inzinkend: „ik wil, als jij wil...”

Ze zag 'r met 'r kleinen, scherpen neus, de opgewonden kleur, 'r door de zon betuimeld rood haar, de blanke hals en 't de a jour gewerkte blouse ontglippend vleesch van armen en schouders, prachtig uit, — ze brandde met 'r lichaamswarmte tegen z'n afmatting, z'n zich-weer-veilig-voelen, z'n wils-ontreddering op — ze lei vrouwelijk-deemoedig, met den onaantastbaren drang om 'm te steunen, in z'n armen — ze meed elke vraag over de nachtmerrie — den manchetknoop — den gewurgden Semmy Lubinsky.

Dien avond was Laurie verbaasd over 'n briefje, door Betty met potlood geschreven, dat ze voor 'n paar dagen dringend

235

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.