De vernietigde papieren in de kachel.... De dader in zijn bedrijf vermoedelijk gestoord... De leeggeroofde portefeuille met banknoten op den lessenaar van den boekhouder... Een vriend van den overvallene had kort voor zijn dood nog met hem getelefoneerd... De boekhouder, zekere Nathan Stief, spoorloos verdwenen... Volgens het kasboek, dat de vermoorde juist bezig was in te vullen, toen hij vermoedelijk door een slag op het achterhoofd getroffen werd, ontbrak er ruim twaalf honderd Mark... De vermoorde hield in de krampachtig-gesloten vingers vlokken blond haar en — drie, viermaal herlas Erich de gierende woorden — en ’n afgebroken manchetknoop, ’n beenen knoop, waarop naar alle waarschijnlijkheid ’n vrouw of 'n meisje met nagebootste, gebroken drukletters:
Ich bleib dir
4 + 4
geschreven en geteekend had. ’r Onder stond 'n initiaal B met *n dikke uitgeloopen punt... Christus, Christus, z ij n knoop, de knoop door Betty dien nacht in Laurie’s keuken, toen ze ook ’r gedicht op z’n manchet schreef, gekrabbeld... ’t Beenen bovenblad, dat-ie al Zondag bij de roeipartij meende verloren te hebben... Christus!...
Vaag las-ie nog dat 'r plakkaten op de Littfas-zuilen, met de nauwkeurige beschrijving van den knoop waren aangebracht en dat ’r 1000 Mark belooning... — toen bij juffrouw Treibitz' voetstappen in de gang, knauwde-ie de krant tot ’n onzinnige prop, frommelde ’r in z’n zak, omknelde ’r in den dierlijken greep van z’n drifthand, en bij ’t beminnelijk praten van de huishoudster, die zich haastte, om bij de familie van meneer 'r beste beentje vooruit te zetten, die op ’r eigen houtje, van te strenge teugels bevrijd, prima „Schmorbraten mit Nudeln”, citroenen voor citroenvla, blauwe pruimen, pisangs en peren had ingeslagen, antwoordde-ie met zoo’n kregel-nijdige overstuursch-heid, dat ze een en al verbazing z’n strak-bleek gezicht bekeek.
„Hoor es,” verweet ze voorzichtig: „meneer zaliger nagedach
15 225