Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



vouwbeen, n glazen presse-papier, ’n rekje voor penhouders en potlooden, links, door 'n Japansch pennendoosje, den pot voor de postzegels, ’n aschbak, ’n lucifersstandaard en nog ’n presse-papier met ’t opschrift „Erinnerung an Marienbad”, geflankeerd. Achter den inktkoker stond nog ’n portret van tante met ’n palmtakje, waarvan de naalden voor ’t grootste deel waren uitgevallen. Nooit had ’t vouwbeen asm de linker-, nooit de presse-papier met ’t Marienbader opschrift aan de rechterzij gelegen. Nooit had 't portret met ’t palmtakje anders of schuiner gestaan dan nu. Vreemd, vreemd, hoe dat alles, de zorgvuldigheid, 't hechten aan prullen, ’t tikken van de klok, ’t verleden van de portretten, intiemer tot je sprak, dan oom ’t zelf ooit had gedaan.

De pijp in z’n hand was uitgegaan. Droomerig staarde-ie in 't licht van de lamp — en sprong met ’n heeschen schreeuw van den stoel op.

„Christus, Christus!”, sprak-ie schor en met z’n vuist sloeg-ie van zich af. ’n Wit kapelletje, dat zich de vleugels verzengd had, was in 'r machteloosheid op z’n haar neergestreken, stuiptrekte bij z’n voeten. De honden, door z’n schreeuw en ’t achter-uit-bolderen van den stoel op geschrikt, sloegen aan.

Bleek tot in de lippen en met ’n verkleumen van z’n achterhoofd, riep-ie ze vloekend toe stil te zijn. Wat duivel, wat weerlicht bezielde 'm! Onzeker liep-ie den donkeren tuin in, met den plots opwellenden inval, om zich te overtuigen of ’r niemand was, maar eerst toen-ie de deuren gesloten had, bedaarde ’t geril van z’n tot stekels spichtigend haar.

Voor den tweeden keer opende-ie de middenla van ’t bureau-ministre. De brief, waarvan-ie gister de enveloppe gezien had, moest 'r nog zijn. ’r Lag niets dan ’t huishoudboek en wat net geordende doosjes. In de rechterla, door koordjes en elastieken op wiskunstig-gelijke distantie gevoegd, reiden bundels betaalde rekeningen, quitanties en prijscouranten. Op twee paketten was *n lakstempel. Daar brandde-ie z’n vinger niet aan... De la dicht duwend, gaf-ie ’t zoeken op. En leunde in scherp nadenken achterover. Juist!...Prachtig!...Genialer inval had hij niet kunnen hebben... Dat dee de deur zoo voor alle eeuwigheid toe, dat snee zoo formeel elk onderzoek af, was aan den anderen kant zoo prikkelend-brutaal, dat-ie 'r geen seconde mee talmde, ’t Verscheuren van de accepten was ’n blunder, 'n stommiteit geweest — 'n zotternij, door z’n geëxalteerdheid, z’n verward hoofd ingegeven... Dat zou ze natuurlijk in den kring van al de schul

218

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.