Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



gedaan had — pelde drie pruimen, schilde twee peren, en verzadigd achterover leunend, sprak ze opnieuw met tranen in ’r stem over de uitnemende kwaliteiten van den gestorvene.

Buiten ravotten de zwaluwen met mekaar in de zwoel-blauwe lucht, de zonderlinge lucht, zonder huizen en buren, stoeiend. De Mügelsee, drukker bevaren, vol zomeravond-klanken, echos en ver-dragende geluiden, klotste bij iedere stoomboot tegen de oevers op. Dan schuurde de wrherrie aan 'r ketting, spatte ’t schuim tegen den steiger, ritselden de halmen en biezen, zag je van af je plaats in de tuinkamer de deiningsgolven beven, zwieren en uitloopen. Zoo kalm-statig, zonder ’n enkele wolk aan den hemel, zette de nacht zelden in.

Sigaretten dampend, om zich de muggen en insecten van 't lijf te houden, zat Erich in 't prieel, waar gister 't ongeluk met den stoel was gebeurd, ’t Werd iets donkerder. ’t Effen blauw van den hemelkoepel begon naar de verre overzij geel-paarse schollen te dragen. De witte leuning van 'n landingsbrug, straks haast onzichtbaar, leek dichterbij te raken. *n Stoomboot droeg al 'n groen-flakkerend, tegen den dagschijn in-stotterend licht. Bij Mügelwerder met z’n huiskontoeren en boom-geraamten, vlerkte 'n purperen windstreep en 't nu glad liggend water, staal-blauw en grijs van diffusie in de dadelijk-tastbare omgeving van den tuin, glansde in z’n verbreeding met 't matte gekwijn van 'n troebel, stalen beslag.

„Ik heb”, dacht Erich, achter de gesloten oogen de visie van dat weldadige behoudend — de purper-flarden, de violette vervloeiing, 't aluminium-waterpantser, 't groen-wakkelend lichtje, zag-ie nog net zoo —: „ik heb niets gedaan, wat me ook maar even hindert. Anders zou ’k 't h i e r voelen, en niet zoo rustig voor me uit ademen... 'k Heb ’r mee afgerekend... ’t Bestaat niet meer... En als 't bestaat, bestaat 't niet meer voor mij...”

De oogen weer openend, liep-ie op de vlet toe, keek met de handen op den rug naar ’t aankruipen van den nacht, 't grauwer kleuren van den plas, 't aan-geluwen van ’n venster bij de buren, *t glijden van 'n klaar-wit zeiltje, 't scheren van 'n giek. 'r Was volkomen evenwicht tusschen z'n eerlijkst binnenst-ik en de bezonkenheid van de natuur. De avondster brak door, star-blinkend, zachtjes-huiverend, als altijd — de schaduwen droomden toe, als altijd — de planten en struiken en boomen neurieden, als altijd — z’n leven was z’n leven gebleven, als altijd... Als ’r zoo-iets als 'n God bestond — zoo-iets ondenkbaars als ’n hier-namaals

216

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.