Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



nog twee, drie kennissen, om nauwkeurig, onaantastbaar-duidelijk vast te stellen, dat 'n telegram ’m naar Friedrichshagen geroepen had, schrijven. Tegen tien, elf uur, keerde-ie terug — en knap wie 'm iets bewees, waar niets te bewijzen viel. Aan 't station kocht-ie twee middagkranten, keek ze de trap oploopend in, smeet ze met ’n zenuw-glimlach weg. 't Was nog te vroeg — Christus, dee-ie suf... Met den hoed over de oogen, sliep-ie voor den tweeden keer zoo loom en hoofdpijnachtig in, dat~ie de halte bijna voorbij spoorde. Slaapdronken stapte-ie de controle door, en denzelfden weg afwandelend, den weg dien-ie gister met Poldi gegaan was, verwaarloosde-ie niets meer van z'n voornemens. In de donkere achterkamer van ’n kleine Conditorei, bij *n troebele kop koffie en 'n stuk Baumkuchen, maakte-ie ’n zestal Ansichtkaarten, met nagenoeg denzelfden inhoud gereed. Bij de eerste was z’n handschrift ’n weinig aarzelend, bij de latere en vooral bij die aan Duczi, herkreeg de pen ’r veerkrachtige zekerheid. „Hartelijke groeten uit Friedrichshagen, waar *k door *n telegram van juffrouw Treibitz heen ben geroepen! Oom Ludwig ongesteld. Tot vanavond! Je Erich Schüler”, schreef-ie. 't Was handig en luchtte op. Bedaard, opgewekt, zich ook maar niet even haastend, kuierde-ie werom, stak de kaarten in de bus bij 't station, en 'n kwartier later sloegen de honden voor 't groote hok naast de schuur in den tuin der villa driftig aan.

„Christus!”, zei Erich, ongeduldig nog eens en nog eens bellend: ,,'k zal oom net als verleden jaar op de Mügelsee moeten zoeken! Treibitz is niet recht snik...”

Op 't punt heen te gaan — boven en beneden waren de stores, om de zonnelaaiïng te weren, gesloten — hoorde-ie voetstappen. De veiligheidsketting werd uit den haak gelicht, en de huishoudster, die zoo scheen te zijn opgestaan — ’r haar had ze met ’n paar spelden haastig saamgepiekt — opende de deur.

„Christus, Auto 9999!”, verweet-ie luidruchtig: „ken je *t nog vlugger!... Dat ’s goed om iemand 'n zonnesteek te bezorgen!”

„Suscht!”, maande ze, en zich na uren van angst en ellende niet meer bedwingend, flapte ze ’r zonder voorbereiding, snik-kerig en met zichzelf begaan uit: „hij is d'r niemeer, meneer Schüler!... Hij lei dood in z’n bed — met de honden, vanmorgen om zes uur...”

Tegen den kalkmuur geleund, ’t voorschoot voor *t gelaat, huilde ze zoo dat-ie geen woord meer verstond.

„Dood...?”, bazelde-ie na: „is oom Ludwig...?”

211

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.