Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



op!... Daar heb ’k getuigen voor... Daar ken ’k dat andere meissie in persoon voor laten kommen...”

„Dat moet de politie dan maar uitmaken!... Ik deponeer den brief waar-ie hoort...”

„De brief... ’n Brief?”, bouwde de    eenoog    met schrik-stuip

om de vleezige lippen na: „wat mot je    van    ’n brief?”

„Dat 's mijn zaak!”, snauwde Erich:    „en    als    de brief    niet    vol

doende is, ben ik ’r nog!”

Met de intuitie, die ’m zelden in de moeilijkheden van z’n leven fopte — was zn bestaan geen up en down, geen tusschen-hangen-en-wurgen, geen listig, geslepen ontloopen van de justitie geweest? — voelde Semmy Lubinsky, dat-ie dezen keer in ’n klem zat, die 'm meer dan gevaarlijk kon worden. Als ’t kleine ding van gisteravond, dat-ie met geld en goeie woorden gesust had, dat alle eeden gezworen had ’r mond te houden, zoo’n waanzinnige stomheid bestaan had — uit ’t raam was gesprongen — zich van kant had gemaakt — kreeg je hoe dan ook inmenging van de politie... Dee ’m niks... Dee ’m niemendal... Was niet te bewijzen... Maar ’n brief... En 't z’n mond voorbijpraten... *t Zweet brak fm 'r bij uit... As-ie den aap van ’n jongen niet de baas bleef, as-ie ’m niet de duimschroeven anzette, as-ie 'm niet nog kleiner kreeg as daarnet, as-ie ook maar zóóveel toonde, dat-ie nattigheid voelde, zat-ie ’r zoo zuur voor as in geen jaren. Pardon had-ie niet te wachten. Oogen as die van Erich Schüler waren oogen van ’n bloedsvijand.

Even had-ie tegen ’t brandend zonlicht in staan treuzelen, even leek 't of de laatste woorden ’m beduusden, toen met ’n gemaakte woede, door z’n zenuwen gezwiept en gehitst, greep-ie ’t pas geteekend accept van ’t schrijfbureau, roetschte ’t aan flarden, en beknauwde Erich met de strieming van z’n dreigementen.

„Jij zal... Jij zal... Jij zal niks!... Is kijken of jij ’n fatsoenlijk man, op wie niet dat is te zeggen, die je belogen en bedrogen heb, van wie jij met zwendelstreken af denkt te kommen — of jij die nog langer, nog ongehoord langer oplichten zal... Dat soebat eerst... Dat leit op m’n vloermat te smeeken... Dat dwingt me tegen me zin ’n uitstel van drie maanden op, en zoo as-ie vrij is, as-ie z’n handteekening — ’n handteekening, nóg! — op ’t papier heit gezet — leit-ie me leugens in me mond — wil-ie me met geweld — met geweld, nóg! — dingen laten zeggen, waarvan ’k bij God niet gedroomd heb!... Nou is ’t voor goed uit!... ’k Leg liever ’n jaar krom as nog is barmhartig te wezen!... En

200

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.