Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



„Wanda Stief is vannacht van vierhoog uit 't raam gesprongen...”

„Uit ’t raam...”, praatte Semmy toonloos na: „en, en?”

„En op slag dood...”

„Uit ’t raam... dood...”, mumden de bloedelooze lippen van den ander — en nog vóór-ie den indruk van 't fatale bericht geheel had ondergaan, was-ie al op verweer bedacht, zwetste-ie ’r zonder houvast op los: „... uit ’t raam... dóód... Waarom?... Voor wat?... Dan mot ’r toch 'n reden... Dan mot ze... Uit ’t raam... vierhoog...”

Met oogen van diepste walging keek Erich den in z’n stoel hijgende aan.

„Semmy Lubinsky”, zei-ie vernietigend — eindelijk, eindelijk was ’t zijn beurt: „ze was gister bij jou — bij jou thuis... Je heb ’t me voor ’n halve minuut verteld...”

„Bij mijn?... Bij mijn thuis!... Dat lieg-ie! Dat lieg-ie!”,

stoof de woekeraar op: ,,’k waarschouw je, begin niet overnieuw... Je kent me niet...”

„Al schreeuw je de boven- en de benejenburen bij mekaar, ploert, schobbejak!”, praatte Erich heesch-driftig: „ze was gisteravond bij je...”

„Dat lieg je!... Dat verzin je!”

„Jij heb dat kind...”

„Me kantoor af!... D’r uit!... D’r uit!...”, raasde Lubinsky: „ken ik dat meissie?... En as 'k d’r ken, heit 'r eigen vader 'r niet bij me gestuurd voor de boeken?... Is ze niet vóór achten me huis uit gegaan?... Heit me huishoudster d’r geen kop koffie gebracht?... Ben ik d’r an schuld?... Weet ik d’r meer van as jij? Da’s bij God om iemand ’n beroerte te bezorgen!... Jij liegt iemand de leugens, de smerige leugens in z’n gezicht!... Ik bijt me nog net zoo lief me tong af as jou je laatste accept werom te geven, kwajongen, leugenbrok!”...

Geel-wit, met vertrokken mond en den door z’n verwoede gebaren half-verschoven lap, die ’n schijf van de gapende oogkas ontblootte, leunde-ie aan de overzij van Nathan Stief’s lessenaar.

„Je heb me gezegd”, hield Erich onverwrikbaar vol: „dat 'r gisteravond 'n meisje bij je was, dat ik wat bij je had kunnen beleven, dat...”

„Dat lieg je! Dat lieg je!”, krijschte Semmy Lubinsky: „dat was de dochter van me boekhouder niet!... Daar doe 'k 'n eed

199

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.