Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



*r wanhoopsbui losgelaten, niets stelligs zei 't onvoltooid briefje — leek door de gore toespeling van ’t gedrochtje zekerheid te worden. Heel ’t gruwel-gebeurde van den verloopen nacht, de gil, de lugubere stilte, ’t rauwe krijschen van Nathan, ’t liggen van ’t meisje op de versplinterde spijlen van ’t rooster, was door den letterlijken angst voor den bezitter van 't accept, die *m zoo pas nog in de spitsen van z’n vingers gekneed had, naar den achtergrond gedrongen. ’t Idee van den laten avond, dat Lubinsky bij ’t geval betrokken was, had-ie in den koel-helderen morgen, los van nerveuze fantaziëen laten schieten, ’s Nachts dacht je meer verwards, verhits, onmogelijks... Nu, vlak over ’m, met 't soepele zonnelicht in ’t goud van de vernielde onderkaak, met ’n grijnslach, die de litteekens vergrofde, stond Semmy Lubinsky, de woekeraar, die ’m maanden en maanden 't bestaan tot ’n walging had gemaakt, die ’m nog pas op de liederlijkste manier mishandelde, bij 'm, in t bereik van z’n zich spannende knuisten — en die man, dat uitschot, dat onmenschelijk beest, vulde den ontbrekenden schakel aan...

Ongerust week de eigenaar van ’t „Lombard & Lagerhaus" 'n stap terug.

„Wat is ’r?... Wat heb-ie?... Wat mot je?’ vroeg-ie slap-verwonderd.

„Niets", zei Erich, suffig-langzaam, zonder ’r besef van te hebben, z’n naam dwars over den wissel schrijvend.

Dan plots onstuimig van de kantoorkruk glijdend, nam-ie de bus sardines weer in de hand, en vlijmend-scherp, voor 't eerst met 'n eigen, niet liegende stem, beet-ie 'r kort, knetterend: „Ze is dood!" uit.

„Wie?... Wat?...", vroeg Semmy, 't accept bij de andere leggend, instinctief buiten 't bereik van den bezoeker — en zonder 'n jota van den zonderlingen uitroep te begrijpen.

„Die van gister avond!"

„Die van gistere-avond?... Wat smoes je?... Wat klets je?"

„Wanda Stief!"

„Wanda Stief...? Wanda Stief...?", herhaalde Semmy Lubinsky vaal-bleek: „is 'r met — met de dochter van me boekhouder wat gebeurd...?"

Door den sterken zonschijn verblind, hield-ie de hand boven *t oog—Nathan weggebleven—de „Rohrpost" niet beantwoord..

De kaakspieren in Erich's gelaat werkten. Hij zocht naar z’n woorden.

198

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.