Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



neer — vijftig Mark, twee van twintig, een van vijf — de rest halve Marken en nikkel-dingen.

„Asjeblief", zei-ie ongemakkelijk — 't nonchalant doorwerken van 't kereltje hinderde 'm. Christus, hij was geen looper!

„Oogenblik!", snauwde Semmy Lubinsky, zonder zich de moeite te geven om te kijken; „oogenblik, hè?"

Ongeduldig betrommelde Erich de betaalplank, wrevelig droog de-ie zich 't voorhoofd.

't Was 'n hitte om te bezwijken. Door de openstaande deur van den zolder broeide 'n dorre, muf-riekende, bedorven lucht, die je onpasselijk maakte.

Even bleef 't stil. De wekker tikte. Van buiten klonk 't geschraap van paardenhoeven op de binnenplaats en 'n trein op de spoorbaan aan de voorzij van ’t huis, grommelde onweer.

'k Geef 'm nog 'n kwart minuut, wrokte 't in Erich — als-ie nog langer sart, strijk 'k 't geld weer op...

Rrrrrr ging de telefoonschel over. Knorrig wiebelde Semmy van z'n stoel. Met 't gehavend gezicht dook-ie de zonnebaan, waarin 'n verdoolde vlinder vloog, door. En voor den toestel, de stem van Felix Krüger herkennend, babbelde-ie ’r zenuwachtig, zich geen seconde haastend, 't gesprek opzettelijk rekkend, op los. Nee, ’t was *m godsonmogelijk met Krüger samen te eten!... De verdomde boekhouder had 'm, zonder boe of ba, zonder 'n fatsoenlijke boodschap, in den steek gelaten... Zoo pas had-ie 'm ’n „Rohrpost" gestuurd, om ’m te vragen wat ’r an 't handje was...

„Bij God, 'k zit op 'n eiland, Felix!... Ken niet weg!... Mot ’k me kantoor sluiten, wat?... Hoef-ie mijn te zeggen!... Dat raap-ie van de straat op!... Dat geef-ie te vreten!... Nou goed dan!... Maar hier in de buurt!... Nee, da’s me te ver!... Goed, goed, dan hang 'k 'n briefje op de deur, da’k binnen ’t uur werom ben... Hoe laat is 9i süu?... Nee, ik heb ’t twee minuten vóór half een... Da's me te vroeg, Felix!... Tien minuten voor een ga ’k de deur uit!... Wat klets je?... Smoes!... Smoes!... Hahaha!... Ha-je toch kennen ruiken!... Mot je niet zoo veel kaviaar naschen!...” Felix Krüger scheen ’m nu wat te vertellen, 'n historie, ’n mop, die erg amusant was. Half in den blinkenden bundel van 't raam, half achter den smallen tusschenmuur, en met de zon-derling-spottende slagschaduw van ’n uit z’n krachten gegroei-den, slanklijvigen jongen kerel met ’n waterhoofd, bij z'n opwippende voeten, luisterde de eenoog. Telkens werd-ie door stuip-

189

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.