Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



met de inktvegen aan de voeringzij, op den stoel strijkend: „en hier, bretels, op je plaats in 't Heelal — en hier, broek, op je plaats in 't Heelal — en jullie sokken, tricot en tof fels op de aangewezen plek — in ’t Heelal... En ik op m’n rug op m’n bed—in ’tHeelal...En morgen met schoon-geschuierde schoenen naar m’n drukkerij, in 't Heelal... En als m'n restant-nier 't niet meer hardt: wèg-wèg uit ’t Heelal... Goeien nacht, goeien morgen!”

„Nacht”, zei Erich, aan die gesprekken gewend.

Laat, bij elven — zóó vast had-ie geslapen, dat-ie Poldi zelfs niet had hooren opstaan en weggaan — sprong-ie z’n bed uit. Vreemd dat lekker-jong gevoel van uitgerustheid, na ’t geworstel om de dingen van den nacht te vergeten — vreemd dat je kostelijk-onbewogen mafte, terwijl je kregel-opgewonden geen oog meende dicht te doen — ’t gelaat van ’t meisje met de reebruine oogen en de bloedslangen uit de ooren, je ’n obsessie was...

Ik ga, zon-ie op straat, in de smalle schaduwstrook bij de huizen blijvend — ’t was nog heeter dan gister, nog ondrage-lijker-warm; ik ga eerst naar Duczi, om 'r te zeggen wat ’r gister op de Mügelsee met de lamme boot is gebeurd, dat *k anderhalf uur voor ’t huis schildwachtte, dat ’k ’n nieuwen sleutel zal laten maken, als de andere niet terecht komt — ik ga nou dadelijk, mal of niet mal, naar ’r toe — tot vanavond wacht ’k niet — en tot morgen, Dinsdag, vier uur, als ze de blouses wegbrengt, allerminst... Dan zou-ie ’r ook van ’t afschuwelijk ongeluk met ’t buurmeisje, dat ze dien avond in ’t portaal had gezien, vertellen, en aan ’t Ziekenhuis probeeren te informeeren, hoe ’t met Nathan Stief was... En, en, al zette Laurie nog zoo’n bek op, hij vróég ’r om Duczi’s „hand” — klonk dat gek — klonk ’t bezopen, aan Laurie om dehand van ’r oudste dochter te vragen.

In den sigarenwinkel op den hoek van de straat kocht-ie ’n doosje Queens — in de „Stadtküche” bij de spoorbaan ’n bus sardines — Duczi’s speciale lievelingsdingen — toen, met de beurs in de zich wrevelig-spannende vingers, wikte-ie besluiteloos. Vervloekt! Vervloekt! Als-ie ’t niet dee, als-ie ’t nog langer uitstelde, brak-ie ook dié 20-Mark stukken aan, ging 't geld wéér door de handen... Vrijdag was-ie ’r geweest, had-ie ruzie met 'm gehad — had de vent ’m met Duczi gearmd zien loopen — Zaterdag was ’t ’r niet van gekomen — Zondag natuurlijk niet... Liep-ie nou bij Duczika an, bleef-ie ’r zoo zeker als twee maal

187

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.