Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



„Ik”, sprak Poldi droog: „maar 'k geneerde mie voor m'n reputatie, de buurtjes — en 't bekijks...”

„Ga slapen — je ben moe”, praatte Erich zacht.

„Da's 'n idee”, antwoordde Poldi — altijd glimlachend: ,,...'k heb toen 'k lang genoeg getaxeerd had, de balkondeuren gesloten, ben uit nieuwsgierigheid met „Büchner” en „Nietzsche” de statistieken gaan bestudeeren, en met meerderheid van stemmen — een blanco, Büchner was in de contramine! — zijn we tot de conclusie gekomen, dat 'r niets boven de statistiek gaat, en dat 'n pijp tabak geenszins verwerpelijk is...”

„Ik”, zei Erich, en in z'n stem herleefde 't fel-zekere, ontembare: ,,'k zou eerder zes moorden dan zoo iets hopeloos begaan!” „Dan zou je”, rekende Poldi: „na eerst 'n poos voor zeven en dertig Pfennig per dag — zoo goedkoop doe ik 't niet — voor rekening van de gemeenschap ge- en doorvoed te zijn geworden, voor 't laatst je schoone ochtendlicht op de binnenplaats van de gevangenis in Plötsensee aanschouwen, en na met de bijl van Zijn Excellentie den beul, die 'n correct gentleman met veel gevoel voor muziek moet zijn, te hebben kennis gemaakt, zou je in een van de tabellen van de „Statistik der zum Ressort des Königlich Preussischen Ministeriums des Innern gehörenden Strafanstalten und Gefängnisse und der Korrigenden”, voor rt zoo-en-zooveelste „Rechnungsjahr” worden opgenomen, 'n Statistiek ontloop je nooit... Ben benieuwd in welke ik terecht kom...”

* „Als 'k an dat kleine, vriendelijke ding, die stakkerige Wanda Stief denk”, viel Erich met gebalde vuisten uit: ,an dat schaap, dat 'k 't laatst levend heb gezien, terwijl ze bij cle lamp de knoopen van 'r blouse losmaakte, als 'k 'r an denk, hoe ze 'n kwartier later als 'n pakket op werd genomen, zou 'k 'r graag wat voor over hebben, om...”

't Genot, 't woeste plezier, om den satanschen jood, als-ie 'r ook maar dat mee uitstaande had, 't tweede oog met je vuist dicht te plakken!

„Bij half vier”, geeuwde Poldi, die nauwlijks geluisterd had: „dan wordt 't tijd, dat 'k m'n boddie, m'n ziel en m'n geweten ter ruste leg...”

Zoetjes door z'n voortanden fluitend, lokte-ie de ratten de keuken in, en in de slaapkamer terugkeerend, ontkleedde-ie zich met 'n half-triestig woorden-gehaspel, waarvan Erich den Weltschmerz-ondergrond begreep.

„Hier, vest, op je plaats in 't Heelal”, zei-ie 't kleedingstuk

186

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.