Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



En 't is goed, dat ze 'm mee hebben genomen... 'k Zou vannacht geen gerust oogenblik hebben gehad, als de kerel bij dat verdomde, open raam was gebleven... Als ze *m niet lang genoeg houden, doet-ie 't 'r na!”

Weg was-ie van de deuropening — 'n oogenblik later klonk z'n stem weer.

„Erich...”

„Ja r

,,Vind jij 't geen méér dan zonderlinge coïncidentie, geen meer dan merkwaardig toeval, dat we met onze gedachten bij zelfmoorden waren, toen de gil... Wat?”

„En hoe!”, antwoordde Erich met gesloten oogen — God, wat zat ’m 't gezichtje boven de afgebrokkelde spijlen van 't rooster dwars — wat was 't 'n beestige schrik geweest...

„Dat krijg je nou morgen met twee, drie regels in de kranten — en afgeloopen...”

„Ja, ja”, zuchtte Erich.

„En over 'n paar dagen, als ze begraven is, kraait 'r geen haan meer naar... Wanneer 't jou of mij overkomen was, net zoo min... Je ziet, ?t klopt, klopt met de dingen, waarover we zoo dikwijls spraken... Tel ik mee?... Tel jij mee?... Telt zij mee?... Telt iemand mee?... Alles leugen!... Alles bedrog!... Alles optisch bedrog...! 't Leert je, je over niets moeilijk te maken... *n Gil, ’n schreeuw, die je naaste buren ’n kouwe rilling geeft — en exit — afgeloopen... ’n Mensch is niet dat waard — de menschen niet dat... Denk an den meteoor van vanavond... Zou willen weten waar-ie gebleven is...”

„Zou je niet liever gaan slapen, Pol?”

„Verveel 'k je?”

„Ja... Je zwamt 'r zoo cynisch op los... Kan 'k op 't oogenblik niet hebben...”

„Pardon”, zei Poldi bedrukt, en even, met z'n in den vroeg-morgen groen-gelig snuit, 't mager vermoeid, door 't daaglijksch geworstel zielig-versleten gelaat, dat zelfs met ’t matte gespiegel der brilleglazen doodskop-kontoeren had, glimlachte-ie zwak over de pijp heen: ,,../k zwam niet, ’k doe niet cynisch... 'k Verbaas me alleen... 'k Wil je nou wel bekennen, dat toen *k hier vanavond half-ziek van de lucht en ’t licht van de Mügelsee — die moet je kunnen verdragen... — binnenstapte, ’k ook op ons zalig balkon heb gestaan, om de diepte te taxeeren...”

„Jij? Ben je dol?”, zei Erich, klaar-wakker.

185

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.