Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



Erich van vierhoog tot benee bij — zwijgend, beiden doodswit, bogen ze zich over 't lichaam van ’t kind, dat in 'r val n kelderrooster stuk had gerammeid.

De kaarsvlam bewapperde ’r wassen gezichtje. Uit 'r ooren purperde bloed. Ze was dood.

Laat op, ouwerwetsch laat, bleven ze dien nacht. Wanda’s lijk had de politie eerst naar n „Unfallstation" gebracht, toen voor de schouwing naar 't zelfde Ziekenhuis, waarheen ze den bewusteloozen Stief, die niet bij was te maken, hadden getransporteerd. *t Had in ’t slapende huis enkel bij den portier opschudding gegeven, en 't had nog geen uur geduurd.

Poldi praatte nerveus — Erich zweeg.

„Daar hoef je, op m’n woord, niet over te piekeren", rede-neerde-ie, op en neer stappend — dat van *t handtaschje was *m nu duidelijk —: „je hebt meer dan je plicht tegenover 't stumpertje, dat je amper kende, gedaan! Je heb ’r, zoo degelijk mogelijk naar huis gebracht, bij 'r vader thuis — jij noch 'n ander, had dat kunnen voorzien... En dan, jongen, was Stief *r niet bij, toen ’t ongeluk gebeurde? Dat zag je toch an z’n doen en laten, dat-ie ’r van wist, dat-ie 'r getuige van was!... Je zou 'r je misschien — ik zeg misschien — iets van an hebben te trekken, als ze ’t in ’r eentje had gedaan... Maar nou?... 't Opgewonden kind zal van hem 'n uitbrander hebben gekregen, of op 't kozijn hebben gezeten, om 'n luchtje te scheppen, of..."

„Nee", ontkende Erich: ,/k doe *r 'n eed op, dat ze zich van kant heeft gemaakt, dat ze 't raam uit is gesprongen... ’k Had op Stief moeten wachten, 'r bij moeten blijven — dat zeg ’k je nog 'ns — 'k zal ’r gezicht nooit vergeten, nooit..."

Langzaam kleedde-ie zich uit.

Treuzelend stapte-ie in bed.

*t Was om te snikken.

Op de snijkamer dee 't je niets, werd alles materiaal. Hier was n schepseltje — van dichtbij — onuitsprekelijk-wreed weggerukt...

Pol liep met de pijp in zn hoofd. Telkens kwam-ie in de deuropening, telkens zei-ie wat.

,/k Zou dat briefje bij de politie deponeeren, Er:ich/,

„Dat zal 'k."

„Ofschoon 'r geen touw aan vast is te knoopen... Stief is de eenige, die 't geval kan ophelderen, als-ie bij bezinning is...

184

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.