Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



waar 't woelend-aanploffend lijf met andere, onzichtbare lichamen botste, dook 'n meteoor. Dwars, van dak naar dak, in één schuine zwieping, stak-ie over, en in 't kamend sterren-gespeel van den melkweg, gaapte 'n leegte, 'n bizarre verwondering, 'n onbeweeglijk geluister...

Op een van de overzij-balkons, nog terwijl 't boven zwak toorste, werden de deuren geopend, en 'n vrouw, zwaar-heupig, met 'n blink-witten jekker, streek 'n lucifer af. 't Lauw-waaiend vlamke bekroop 'r kin en 'r nek en in 't sputterend gewalm van 'r sigaar, hijgde 'n glunderend vuurtje. Dan, zich diep naar de zij van de straat buigend, wenkte ze wuiverig-druk iemand na, die uit 't Hotel kwam geloopen.

„Heb je?", vroeg Poldi, ongerust om 't dompe staren van Erich — hij beviel 'm niet, 'r moest iets onaangenaams gepasseerd zijn —: „had je de een of andere ontmoeting?”

„Nee", klonk 't futteloos: ,/k voel me belabberd..."

„Steek dan binnen je pijp op, jongen", zei Pol hartelijk: „je ben natuurlijk kapot van de ongewone roeipartij... Heb je trek in 'n kop thee?"

„Nee, 'k kruip in bed... 'k Vind 't leven door-en-door walgelijk!..."

„Ja, ja", troostte Poldi sympathiek — „Himmelhoch jauch-zend, zum Tode betrübt"... onduidelijk was 'm 't psychologisch geval niet —: „op 't leven valt af te dingen, naar meer dan één kant, maar toch, toch...”

Hij beknabbelde z'n pijp in den stoel bij de schrijftafel, liet „Nietzsche" over z’n arm wandelen, keek grunnekend-glim-lachend naar 't doen van den pessimist, die z'n broek uit had getrokken, en voor de tweede maal den winkelhaak bij ’t kruis, met driftige rijgsteken repareerde. Schor, of-ie z’n keel schraapte, tikte *t wekkertje twee uur.

„Is dat haar tasch?", zette Poldi voorzichtig in.

,,’k Hèb je toch al gezegd, dat 'k 'r niet geweest ben!”, viel Erich geprikkeld uit.

„Morgen is nog 'n dag”, merkte Poldi goedig-knikkend op — van 't handtaschje, dat niet van haar, dus van 'n ander was, snapte-ie niemendal — van de stemming van z'n verliefden vriend, die mét Duczika's huissleutel zóó vroeg niet terug gekomen zou zijn — alles. Om 'm af te leiden, begon-ie 'n onge-meen-opwekkenden boom op te zetten. Z'n specialiteit.

,/k Was, toen je daar zoo monter binnen kwam vallen

12    177

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.