Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



„Kun je je nu verder helpen, of wil je dat ’k op je vader blijf wachten?”, zei-ie, toen ze ’r hoed af had gelegd.

„Ik ga slapen”, antwoordde ze mat: „ik ben zoo, zoo moe, zoo schrikkelijk moe...”

„Dan trek ’k de deur achter me dicht... Als je me noodig heb, hoef je maar aan te kloppen... Dag kindje...”

„Dag meneer...”

In ’t schamel gangetje met z’n opstopping van kasten en rommel, treuzelde-ie, overwoog-ie of ’t niet beter was ’r mee naar zijn kamer te nemen, of je ’r aan ’r zelf over mocht laten, maar Nathan, die iets bizonders aan ’t handje moest hebben — zoo laat maakte-ie ’t zelden — kon ieder oogenblik thuiskomen

— ’r helpen uitkleeden kon-ie moeilijk — en, voor alle zekerheid, gaf-ie 'r *t taschje met de sleutels niet terug. Zoolang ze opgesloten zat, kon ze geen nieuwe dwaasheden, geen nieuw gekuier door de straten beginnen — morgen vroeg, als ze gekalmeerd was, kreeg ze de kleine bagage met den zonderlingen kladbrief terug. Door den deurkier zag-ie nog hoe ze werktuigelijk de knoopen van ’r blouse losvingerde, hoe de schommelende lamp over ’r oogen en mond schaduwtjes wiegde.

Poldi werkte in de zalig-eenzame stilte van den nacht. Om niet door de geluiden van buiten gestoord te worden, had-ie de balkondeuren gesloten. Met *n pijp met ’n nattig-smeulend klitje tabak tusschen de breede lippen, met drie bijna onbeweeglijke kanjers van witte ratten op de schrijftafel en met de andere tusschen de boeken, doorploeterde-ie heerlijk-helder van kop. omsponnen door de rust en de veiligheid van 't kamertje, ’n studieboek, waarin-ie om de zooveel bladzijden ’n brokje papier met aanteekeningen had gestoken. O, de sterke, gebenedijde uren, als ’t kazerne-huis sliep, als ’t nachtdonker je steun was, als je geen wrokkigen tegenstand ondervond, als je onaantastbaar heer en meester van je goddelijk beetje ik in de oneindige ruimten van *t Heelal was...

„Christus!”, verweet Erich, de deur onhebbelijk opensmakkend

— dikwijls verstoorde-ie zoo de beste stemmingsoogenblikken van z’n vriend —: „da’s hier jè lijkenlucht je! Smijt in godsnaam de deuren open! Hoe is 't mogelijk om bij zoo’n stank ’n oogenblik gezond te denken!”

Walmen als van ’n aanbrandenden Kartoffel-Pufferl) uit z’n

x) Aardappel'pannekoek.

175

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.