Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



besloot? — luisterde-ie naar 't eentonig gehoefklap van 't lummelend paard over t asfalt. Als-ie den sleutel niet verloren had, zou-ie nu bij Duczi, Laurie, Lotte en Betty, vier-hoog, zitten — de ruzie met Laurie dee ’m niks en aan Betty ’r fratsen — Christus, had hij ’t uitgelokt? — zou-ie ’n eind maken! — als-ie ’r niet zoo nonchalant mee om was gesprongen, bij ’t naaien van z'n broek of bij 't gescharrel in de boot, was ’m dit bekaaid geval, dat *m maar half interesseerde, niet overkomen. Nathan Stief, de stomme bultenaar, was z’n overbuurman, meer niet. DoorWanda, die af en toe, als ze 'r niet waren, boodschappen voor hem of Poldi, meestal van minder „gezelligen” aard, aan had genomen, daarna door de hulpbehoevendheid van de verlamde moeder, was de kennismaking gekomen — en door de kennismaking met Nathan, de ellende, de misère met den woekeraar Semmy Lubinsky. Daar had de bultenaar, zelf slaafje, geen schuld aan, integendeel: Erich mocht den goedigen, droogstoppeligen pianist van *t klein Café-Chantant, waar hij en Poldi 'n paar maal op bezoek waren geweest — toch had-ie de laatste maanden bij de vernederingen in ’t „Lombard und Lagerhaus”, in *t bijzijn van den docielen, alles beluisterenden, nooit ’n syllabe meebabbelen-den boekhouder, Wanda’s vader meer dan onvriendelijk gegroet, als-ie 'm op straat of in 't trappenhuis ontmoette. Van de verhouding tusschen Nathan en z’n dochtertje wist-ie niets, niets van de groote genegenheid van de twee. Nu ’t kind door 'n gril, in 't diepst van den nacht, met ’m rondree, leek ’m de eenige verklaring, dat ze van den bultenaar 'n pak rammel gekregen had. Misschien scharrelde ze met een van de kwajongens met lange haren en bleeke gezichten van *r conservatorium, misschien...

Wrevelig speelde-ie met 't handtaschje, dat ze bij ’t portiek tegen den grond had gesmeten, en waarvan-ie de klungel-voor-werpjes, al eens op had geraapt — wrevelig bukte-ie zich weer. ’r Zakdoek, beurs, handschoenen, boekje en potlood, waren naast de deken gevallen. Ook 'n blanco enveloppe met iets 'r in.

Poldi liet z’n heele, voor 'n deel waarlijk-schandelijke beertjescorrespondentie op de schrijftafel slingeren: Erich zou ’r niet aan gedacht hebben 'n indiscretie te begaan. Papieren van *n ander te doorsnuffelen vond-ie — hoezeer 't couvert met den ploertig-sten firmanaam van de wereld, bij oom Ludwig 'm gefascineerd had! — 'n zoo vuns glupergedoe, dat-ie de enveloppe, zonder 'n hapering, met de overige dingen saam, in 't taschje stak. Toen, na 'n nieuwe vruchtelooze poging, 'r uit *r ziekelijke apathie op

172

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.