Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



pende mannetje was 'r opnieuw kompleet —: „ik klee me niet uit voor 'k na bed ga... Daar denk 'k niet an!... Als je tante 'r kinderen 'n betere opvoeding had gegeven, zou ze mij niet als 'n melkkoetje hoeven te behandelen!... Neem je naald en 't garen mee... Jullie laten letterlijk alles achter je slingeren!"

Juffrouw Treibitz, die 't koffie-gerei klaar wou zetten, stoorde ze — samen liepen ze naar ’t prieel terug, waar de zonderling-verstelde broek met de zichtbare rijgsteken de meisjes dee schateien. Oom, humaner, nu-ie over z’n tukje heen was, begon de vertreden grintpaden systematisch te harken en mikte de sigaret-mondstukken uit 't rozenperk.

„Doe dat nou morgen, Ludwig”, zei tante Toni met 'n gelaat van superbe verveling: „we happen enkel stof!”

„Dat verbeel je je!”, babbelde oom, onverstaanbaar door 't gekam van de harkpunten en 't gekauw op de pijp: „in Berlijn zul je wel meer stof slikken, zonder dat je *t merkt!... Als we straks regen krijgen — let op: 'r komt regen! — dat blijft zoo niet vandaag! — zakt 't grint den grond in, als ’r niet behoorlijk geharkt is...”

Erich dee onrustig. Telkens wou-ie *t huis in — dan om 'n briefkaart te schrijven — dan om wat voer voor de kippen te halen — dan om te zien hoe laat 't op de gangklok was — telkens zat oom 'm op de hielen, 't Couvert met den firmanaam had *m stil gemaakt, hitste 'm op. Voor-ie ging moest en zou-ie weten wat de oplichter met oom uit had te staan... Maar zoover kwam 't niet.

Nog voor juffrouw Treibitz de koffie opdroeg, soebatten Frida en Mariechen, 'n uurtje te mogen roeien. Oom zei eerst nee, bang voor de boot, en bang voor de troebele wolkjes, die met de zon harrewarden, maar toen ze aanhielden, en-ie van den last af wou zijn, ontsloot-ie 't slot van den ketting, en gaf Erich en Poldi permissie — maar niet te ver — en vooral geen zeil opzetten...

Met z'n zuster en Klärchen, die ’r niet bij kon, en die bang voor water was, bleef-ie ze op den aanleg-steiger nakijken.

Erich roeide, Poldi zat met 'n wijs gezicht aan 't stuur, Frida en Mariechen luierden op de middenbank.

„Nou wil ik niet dadelijk kwaad spreken”, ratelde Frida, en 'r oogen lichtten van genot: „kinderen, wat 'n zaligheid, dat we 'r tusschen uit zijn getrokken! Zoo’n zielig wurm van 'n kereltje!... Zoo'n door-en-door akelig product!... 'k Zou met al z’n geld niet met 'm willen ruilen...”

160

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.