Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



'r Drensde *n stilte. In de keuken klirde juffrouw Treibitz met 't vaatwerk — in den tuin praatte Poldi langzaam-stellig.

,,’t Is welletjes”, redeneerde oom Ludwig eindelijk weer, maar zacht en bijna timiede: „ik zal je op dat laatste geen antwoord geven... Alleen je vergist je, jongen... En dat zal je in je latere leven, als je mijn papieren eens onder je oogen krijgt, beter begrijpen... Ik heb 't goeie met je voor... En — en — 't dee me displezier, dat je sigaretten rookte van 'n ring, die — die — enfin — je moet 't zelf weten... Ik spreek 'r geen woord meer over, maar — maar laat 'k je 'n raad geven...” — hij hakkelde haast, zoo als-ie 'n nieuwen afhap van den driftigen rakker, voor wien 't geven van 'nraad, als 'nrooie lap pleegde te werken, vreesde—: „...laat 'k je anrajen geen domme dingen — geen leelijke dingen te doen... Schuld is 't ergste... Schuld is gemeener dan drank of ontucht...”

In andere omstandigheden zou Erich met hatelijken spot geantwoord hebben, dat oom de laatste was, om zulke voorbeeldige preeken te houen, dat schuldenmaken geen luxeding was — nu, lam-geslagen door den brief van Lubinsky — gehypnotiseerd door de drukletters en 't poststempel — niet gissend wat 't eenoogig gedrocht met oom Ludwig te correspondeeren had — bang dat-ie dadelijk méér te hooren zou krijgen — dat 't ellendig-rampzalige met 't accept en de akte uit was gelekt — ant-woordde-ie tot diepste gebluftheid van oom — en dat voor 't eerst van z'n leven — in 'n toon van tamme onbeholpenheid: „Ik doe geen domme dingen, oom — ik heb geen schuld die de — die de moeite waard is — en dat met GeorgeV ring — is zuiver spel, op m'n woord van waarachtig — zoowaar ik van vader gehouen heb en nog hou!...”

„Je zei toch dat-ie in den lommerd...? ...Of heb 'k dat verkeerd verstaan...”

„Dat zei 'k..., aarzelde Erich, niet wetend hoe 'r zich uit te draaien — oom had nog meer 't land aan vrouwen dan aan schuld —: „dat zei 'k, maar dat bedoelde 'k niet zoo woordelijk... Ik geef je mn woord, dat-ie geen Hebreeuwsch leert...” „Dat-ie niet wat?”, vroeg oom, 't laatste niet snappend. „Dat-ie niet in den Lommerd staat...”

„Zoo — zoo”, twijfelde 't mannetje: „waar is-ie dan?”

„Heb 'k zeker bij 't wasschen van m'n handen bij ons in de keuken gelaten...”

„Zoo...”, zei oom mat — Erich loog — z’n stem loog — z'n

158

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.