„Daar zal je van opfrisschen!"
„Laat mij *t liever doen, malle jongen!"
„Denk ’r niet aan!", gnuifde hij, den naald met den witten draad uit 'r vingers trekkend: ,,’k ben zoo handig als 'n kleeren-frik bij verstelwerk! En in m’n tricot kan *k moeilijk blijven antichambreeren, terwijl jij 'r je oogen an bederft!”
Weg was-ie in de tuinkamer, waaruit-ie juffrouw Treibitz, die ook 'r diensten presenteerde, verjoeg. Voor oom’s schrijftafel begon-ie ’t gat te repareeren. Oom, met den stoel in de eene en den poot in de andere hand, kwam 'm grimmig na.
„As je geluisterd had", praatte-ie in ruzietoon: „was *t niet gebeurd..."
„Zeg u dat wel!", lachte neef: „en als God de wereld in geen zes werkdagen geschapen had, en den zevenden geen vacantie had genomen, gebeurde *r aanzienlijk minder!"
Met naarstige steken, kruiswijze, n nieuwe sigaret rookend, naaide-ie 'r op los.
Oom stond mokkend bij de tuindeuren, stopte ’n pijp. Erich beviel 'm niet — Erich was de eenige, die zich op z'n jaardag onbehoorlijk gedroeg — aan tafel had-ie ook de helft van z’n Klops laten staan, in plaats wat minder te nemen, 'n heele halve-flesch bier voor z’n rekening genomen, en ’n onbehouwen portie kaas, waarvan niemand anders geproefd had, naar binnen gewerkt.
„Jij doet zoo — zoo uitgelaten", zette oom in, twee, drie lucifers vergeefs afstrijkend in z’n drift, om vuur te krijgen: „jij doet vandaag zoo — zoo studentiekoos en je weet, dat 'k daar niet van gediend ben..."
„Ach!", zei Erich, zoo sterk aantrekkend, dat de draad in tweëen laveerde.
„Ja, ach!", sprak oom nijdigjes: „dat leven in Berlijn schijnt je geen goed te doen..."
„Dat heb 'k ook wel 'ns gedacht", spotte neef: „maar 'k ben de eenige niet!"
„Jij kan!", driftigde oom, op de schrijftafel leunend en ’tspinne-web van den witten draad in 't zwarte goed besnauwend: „jij kan van 50 Mark in de maand onmogelijk zooveel sigaretten rooken, wat, wat?"
„Nee, als 'k accuraat reken", lachte Erich nog — maar 't gevraag begon ’m te prikkelen —: „als ’k 't mathematisch napluis kan ’k 't zeker niet..."
156