Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



ongenietbaar geweest. Vroeg op, zich door 'n notitie op den kalender van 't schrijfbureautje oom’s verjaardag, waaraan-ie geen moment had gedacht, herinnerend, was-ie eerst nog bij Laurie aangewipt in de hoop Duczika alleen aan te treffen, om 'r te waarschuwen, dat-ie na tienen voor de groote huisdeur zou fluiten. De duivel speelde ’r mee. 't Was om uit je vel te springen! Betty, alweer Betty, had en profond négligé opengedaan, en ’m met de hand om de slippen van 'r openhangende blouse gezegd, dat nog niemand bij de hand was, dat ze 'm niet binnen kon laten — dat Duczi met koppijn te bed lei, maar dat ze 'm den sleutel-van-benee zou geven, als-ie nog later binnen wou...

Duczi met koppijn — Duczi, die anders om vijf uur achter de trapmachine zat, nog niet op — 't maakte ’m ongerust — gister had ze 'r ellendig, afgetobd uitgezien...

Nee, Poldi in z’n sas met den vrijen dag en 't vooruitzicht van 'n week dagdienst, had geen woord uit 'm los-gewrikt. Maar bij 't loopen van 't station Friedrichshagen naar de villa Daheim, opgefleurd door de buitenlucht en 't zomersche groen, de nonsensgedachten van zich trappend, was-ie mensch geworden. Tegen vijf, zes uur, zou-ie met Poldi naar Berlijn verdwijnen, en z’n schade inhalen!

Oom, die 't matigst van allen gegeten had, omdat niets ’n lichaam zóó ondermijnde als misbruik van voedsel, gaf 't sein om op te breken. En dat was 't begin van de verveling. Zoolang ze aan tafel waren gebleven, was 't uit te houen geweest. Maar de middag — de wanhopige-Jange middag — de middag zonder einde — de middag zonder onderwerp voor gesprek...

Jettchen, doodelijk-op—de volle lucht van de warmte-stralende Mügelsee verdroeg ze niet meer — lei boven in de logeerkamer uit te rusten — tante Toni sliep in den prieelstoel, af en toe wakkerschrikkend en met rooie lodderoogjes rondstarend — Klärchen geeuwde achter 'n handje, dat *t sparren van de lippen en de flets-bleeke tong niet omspannen kon, en zei dan voor de variatie, dat 't zoo'n heerlijk weer was, en dat ze wel eeuwig hier zou willen blijven zitten — Frida had van den kleeren-standaard 'r taschje gehaald, borduurde bloemen op n blouse-mouw, die ze mee had genomen — Mariechen las met 'n dik-neerhangende lip, en telkens kuchend, den „Kriegsruf" van 't Heilsleger, waarin ze 'r cadeau aan had gedragen—oom Ludwig, met stijgend vies humeur, omdat-ie bij zooveel volk op dek 't

154

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.