die *k niet op kan, in sigaretten te beleggen, ja of nee, hahaha?”
Bij die mop, bij dien brutalen steek-onder-water, lachte zelfs tante Toni — en de meisjes keken mekaar met knipperende oogen van-waar-haalt-ie-den-moed-vandaan?, aan.
„Willen de heeren wat drinken?”, zei juffrouw Treibitz, met de hapering van 'n vrouw, die de laatste „Himbeersaft” uit de flesch op had gedragen.
„Nee, Auto 9999!”, refuseerde Erich: „we hebben meer honger dan dorst... Wat krijgen we, versche kreeft, Rehrücken, of jonge gans...?”
„Dat zal u wel zien, als 't op tafel komt,” praatte de huishoudster, met 'r gelaat de partij van den ontstemd-smookenden gastheer trekkend: „en als 'r niet genoeg is, is 't uw schuld! Had u niet effen 'n briefkaart kunnen schrijven...?”
„Als ’r niet genoeg is, haal je nog maar wat bij, schat van 'n mensch!”
„Welja — wel zeker — op Zondag!”, viel zij uit.
,,’r Is genoeg”, sprak oom: „en anders eten we allemaal 'n hapje minder, niewaar?”
Hij ergerde zich. Zoo „los” had-ie neef nog nooit bijgewoond — sigaretten — 'n nieuwe das — en... geen ring... Daar zou-ie *m straks over onder handen nemen... Hoe dikwijls had Erich 'm niet gezegd, dat de ring van George niet van z'n vinger zou komen... En hoe had-ie dat gewaardeerd...
Juffrouw Treibitz liep met poesestapjes, of elke kiezelsteen van porselein was, naar ’t huis terug, bracht oom de versnapering van 't gloeiend-heet tumblerglas water, dat-ie voor z’n middageten placht te gebruiken. Daar giegelden Frida en Marie-chen, die 't voor geen geld aangeraakt zouen hebben voorzichtigjes om — en daar kwam 'n boom van ’n gesprek over los. Oom lei uit, dat 'r geen beter middel was, om je maag en je ingewanden gezond te houen — tante zei, dat ze 'r niet graag haar ingewanden an zou wagen — Jettchen meende bescheiden, dat als 'r nog wat thee of citroen bij was, maar zóó, zóó enkel kokend water... — Poldi kwam op dreef met allemaal interessante, oom levendig interesseerende methoden van natuur-genees-wijze...
Over twaalf werd 'r gewaarschuwd, dat *t eten op was gedaan.
Juffrouw Treibitz had de tafel als 'n stilleven gedekt — *n schoon tafelkleed met negen op de borden staande, kunstig gevouwen servet-pyramides, met blaadjes groen en bloempjes.
152