Duczika

Titel
Duczika

Jaar
1912

Druk
1926

Overig
4ed

Pagina's
315



zegen geworden! — na dien nekslag opnieuw in betrekking moest — juffrouw Treibitz had op de ontbijttafel de attentie van *n waterglas met voorzichtig in den tuin geplukte anjelieren gesteld.

Oom Ludwig dankte met 'n wrang lachje. Hij hield 'r niet van, dat zijn bloemen die-ie liever liet uitloopen dan ze af te snijden, door wien en voor welke gelegenheid ook, vernield werden. Om 't den drie sterken Newfoundlanders, met wie-ie na den dood van z’n vrouw in een bed sliep, te beletten, had-ie om elk perk 'n meter-hoog draadwerk aangebracht. Niemand, die bij uitzondering op visite kwam — hij had geen gezelligheid van dèrden noodig! — zou 'r aan gedacht hebben 'n anjelier of ’n rozenstruik of *n zonnebloem aan te raken. Zelfs de katten van de buurmenschen, die-niet-meer-groetten, omdat oom Ludwig van geen toenadering gediend was, meden de perken, als de dood voor ooms puit en voor de honden, die op dieren en bedelaars waren gedresseerd.

In zn maandenlange eenzaamheid — naar Berlijn ging-ie zelden — was oom Ludwig, in z’n tuin aan de Mügelsee 'n rustigen zonderling geworden. Aan de zonnige voorzij van ’t huis, vlak bij ’n aanlegplaats van de „Sterndampfer", kwam-ie nooit. De bewoners van Friedrichshagen kenden ’m nauwelijks. Ze versleten de nog toonbare juffrouw Treibitz voor z’n vrouw en minstens voor z’n „mintenee.” Juffrouw Treibitz accepteerde dat soort onkuische toespelingen als ’n compliment, zei niet ja, zei niet nee, deed ’r inkoopen, betaalde contant, maar alles zoo pondjesmaat, zoo afgepast, zoo preciesjes uitgerekend, dat de villa D a h e i m ’n roep van fatsoenlijke armoe zou hebben gekregen, als 't aan den anderen kant in de kleine gemeente niet ruchtbaar ware geworden, dat de heer Ludwig Schüler zooveel vaste eigendommen in Berlijn bezat, dat-ie tot de hoogst aan-geslagenen in de belasting behoorde, en jaarlijks onbebouwde lappen grond in de „Vororte” bijkocht. Hij was waarlijk n puissant rijk man, wist misschien zelf niet hoeveel-ie bezat — leefde met de ingetogenheid van ’n burgermannetje, dat met ’n pensioentje toekomen moet. Zn vrouw en hij hadden zich elk genoegen, elke buitensporigheid ontzegd, om te sparen. Zelfs in de jaren dat de kleine fabriek van suikerwerken ’n niet gedachte vlucht nam, dat ’t geld binnenstroomde, aten ze eerst thuis — en matig — voor ze uitgingen, zochten bij voorkeur die gelegenheden op, waar ’t bier goedkoop en de koffie in de

139

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.